Vinogallery
Diverse

De BOB roséwijnen van Europa: veel meer dan een kleur

Europa beschikt over enkele unieke terroirs voor roséwijn. De Franse Provence en het Italiaanse Valtènesi worden door Europa erkend met een BOB (Beschermde Oorsprongsbenaming), dat als een absoluut kwaliteitslabel mag gezien worden.

De knowhow van beide erkende wijnbouwgebieden inzake roséwijnen, het engagement van de wijnbouwers, onder meer op het gebied van duurzame ontwikkeling, kwaliteit, authenticiteit, terroir en de prachtige landschappen zijn gemeenschappelijke punten die de Provence en Valtènesi ertoe hebben aangezet samen op te komen voor een bredere erkenning. Deze campagne wil ook aantonen dat ze niet toevallig worden beschouwd als de beste referenties in Europa op het vlak van roséwijn.

Jonge consumenten
De consument en zeker de jongere generatie gaat bewuster om met zijn verbruik. Liefst 82% van de consumenten in de EU vindt de bescherming van lokale tradities en savoir-faire een belangrijke factor in hun aankoopbeslissingen.

Alle wijnen afkomstig uit de Provence dragen trouwens het BOB-label: Côtes de Provence, Coteaux Varois en Provence en Coteaux d’Aix-en-Provence. In dit artikel gaan we graag dieper in op de Provençaalse terroirs en de concrete invulling van duurzaamheidsprogramma’s in de Provence.

(lees verder onder de foto)

 

 

 

 

 

Authenticiteit en duurzaamheid in de Provence
Voor deze drie BOB’s staat de productie van roséwijn centraal. De Provence is dan ook een zeldzame wijnregio waar de wijncultuur helemaal in het teken staat van roséwijn: van de keuze van percelen en druivenrassen tot de manier van oogsten en de wijnbereiding. Er gelden ook een aantal bijzondere criteria, zoals de regel dat een rosé uit de Provence altijd een blend is van minstens 2 druivenrassen en nooit meer dan 2g restsuiker mag bevatten. We mogen ook het klimaat niet vergeten: de warme zomers worden getemperd door de nabijheid van zee en bergketens. De Provence onderscheidt verder 32 typische winden voor de streek. Dat alles ligt aan de basis van de faam die haar roséwijnen tegenwoordig genieten.

Duurzame wijnbouw
De laatste decennia is het gaan dagen dat de authenticiteit van een regio slechts kan gevrijwaard worden wanneer een uniek ecosysteem, zoals dat van de Provence wordt gevrijwaard van externe en interne factoren, zoals overdreven monocultuur of het gebruik van chemicaliën in de wijnbouw.

Daarom besliste de De CIVP dat tegen 2030 alle wijndomeinen in de Provence een bio- of HVE-certificaat (Haute Valeur Environnementale) moeten kunnen voorleggen. Dit laatste is een label dat uitgereikt wordt door het Franse ministerie van Landouw, naast de door Europa erkende biologische certificeringen. Hieronder belichten we hoe elk van de drie lokale appellaties aan de ecologische uitdagingen beantwoorden.

BOB Coteaux Varois en Provence
Deze regio heeft een eigen microklimaat en werd niet toevallig erkend als volwaardige BOB binnen de Provence. De wijngaarden liggen er relatief hoog, 350 m gemiddeld met uitschieters tot 500 m, en genieten van een continentaal klimaat. De wijnregio is er afgeschermd van maritieme invloeden door de bergflanken van Saint-Baume, Bessillons en Les Barres de Cuers. Roséwijn neemt maar liefst 93% in beslag van de totale productie. De belangrijkste druivenrassen zijn hier Cinsault, Grenache noir, Mourvèdre en Syrah. Aanvullend kunnen Cabernet Sauvignon, Carignan en de endogene Tibouren gebruikt worden.

Ondanks de hete zomers zijn de roséwijnen hier fris en elegant van karakter. Dat is behalve aan de hoogteligging ook te danken aan de bodems die rijk zijn aan kalk, klei en silex. En natuurlijk ook aan de knowhow van de wijnbouwers.

La durabilité est une priorité pour les producteurs de la région. Sur un total de 3000 hectares plantés de vignes, 34% sont cultivés en agriculture biologique et 44% selon les normes HVE. À titre d’illustration, voici quelques voici quelques initiatives prises par les vignerons provençaux en matière de durabilité ces dernières années.

• Optimalisering van de ruimte: door de productie-oppervlakte te verminderen en ruimte creëren voor biodiversiteit. Bepaalde wijndomeinen hebben inderdaad beslist de gecultiveerde oppervlakte drastisch te verminderen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Château de L’Escarelle waar op een landgoed van 1.000 hectare amper 100 hectare beplant zijn met wijnstokken, excellent voor de biodiversiteit. Bovendien wist het domein de volledige wingerd te certificeren als biologisch, een ware krachttoer.

• Moderniteit en biodiversiteit: biodiversiteit en authenticiteit kunnen hand in hand gaan met de moderniteit. Bij veel van de wijngaarden die in familiebezit zijn, wordt de knowhow doorgegeven van generatie op generatie. De wijngaard evolueert samen met deze generaties. Bij de Bastide de Blacailloux, een Initiatief onder de vleugels van de familie Chamoin, wordt die het domein als een totaalproject beschouwd. Biologische wijnteelt en een eigen waterzuiveringsstation (zie foto) behoren tot de verwezenlijkingen. Kosten noch moeite werden bespaard om van dit wijngoed met 150 hectare wijngaard een state-of-the-art domein te maken.

(lees verder onder de foto)

 

 

• Klein of groot wijngoed, zelfde opzet. Het maakt niet uit hoe groot de wijngaard is, de producenten van AOP-roséwijn zijn vastbesloten een kwaliteitsproduct aan te bieden door een meer duurzame en verantwoordelijke wijnbouw. Een atypisch voorbeeld vanwege de kleine omvang (12 ha) maar compromisloos in zijn aanpak is Château de Calisse. In 1991 werd de wijngaard volledig geherstructureerd: de rijen werden van noord naar zuid geplant op terrassen, een oriëntatie die mikt op een langdurige beschijning maar met bescherming tegen de middagzon. Sinds 1996 Ecocert (bio) gecertificeerd.

BOB Coteaux d’Aix-en-Provence
De impact van één berg, in feite een klein massief op zich, met name de Mont Sainte-Victoire speelt een grote rol voor de Coteaux d’Aix-en-Provence. Deze beroemde berg (o.m. dankzij de schilderijen van Cézanne) is de oostgrens van deze wijnregio. In het westen is dat de monding van de Rhône. De wijnvelden worden verder ook geflankeerd door een reeks kleinere reliëfs die voor bescherming zorgen tegen de koude mistral. De bodems bestaan uit steenrijke kalk-kleilagen, leem-zandlagen of graves en grès (keien) op de terrassen langs de rivieren Arc en Durance.

Roséwijn neemt 86% in beslag van de totale productie. De belangrijkste druivenrassen zijn hier ook Cinsault en Grenache noir. Interessant is dat de Counois, een druif met een lager alcoholgehalte, hier de derde plaats inneemt, voor Mourvèdre en Syrah. Aanvullend kunnen Cabernet Sauvignon en Carignan gebruikt worden.

De roséwijnen kunnen zich beroemen op een heel spectrum van aroma’s: floraal met klein rood fruit en steenvruchten met vaak een aangename kruidige toets. In de mond hebben de roséwijnen een complexe aanzet met een spannend palet van fruit en frisse zuren.

Van de in totaal 4.300 hectare beplant met wijnstokken wordt 37% volgens de normen van HVE en 24% biologisch gecultiveerd. Maar dit cijfer stijgt elk jaar. We noemen hierbij enkele domeinen die als voorbeeld kunnen gelden in de trend naar meer duurzaamheid.

• Extensieve wijnbouw. in tegenstelling tot intensieve wijnbouw gaan wijnbouwers de bebouwbare oppervlakte verminderen wat uiteraard gunstig is voor het milieu. Het laat ook toe te kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Les Béates is hiervoor een treffend voorbeeld. Van de oorspronkelijke 50 hectare werden enkel de 40 beste overgehouden. Op die manier was er plaats voor biodiversiteit. Inspiratie haalde wijnbouwer Pierre-François Terrat onder meer bij de Duitse bio-pionier Peter Fischer die zich al in 1985 in Aix vestigde.

(lees verder onder de foto)

BOB Côtes de Provence
De grootste BOB inzake productie is ongetwijfeld de Côtes de Provence zelf die tot aan de Middellandse zee reikt. De wijngaarden variëren er qua hoogteligging: sommige nauwelijks hoger dan de zee, andere, vooral in het westen, reiken tot de flanken van het massief. De bodems zijn complex en variëren van kalkrijk is het westen tot kristalrijk en vulkanisch in het oosten. In feite kunnen bodems en microklimaten dermate verschillen dat er DGC’s werden toegekend wat staat voor ‘Dénominations Géographiques Complémentaires’. Sainte-Victoire, Fréjus, La Londe, Pierrefeu en sinds 2019 ook Notre Dame des Anges zijn de DGC’s die hun naam mogen toevoegen aan de BOB Côtes de Provence.

Roséwijn neemt hier 92% in beslag van de totale productie. De belangrijkste druivenrassen zijn de Cinsault, Grenache noir, Mourvèdre, Syrah en Tibouren. Aanvullend kunnen Cabernet Sauvignon en Carignan gebruikt worden.

De roséwijnen worden gekenmerkt door hun erg lichte tint, hun aroma van rozenblaadjes, meloen, perzik en typerend rood fruit: aardbei, framboos en kers, soms vergezeld van citruszeste, tropische vruchten en winegums. In het algemeen spreken we over roséwijn die mooi het midden houdt tussen genereus en luchtig, friszurig en fruitig.

Zoals in de hele wijnregio worden forse inspanningen gedaan om milieu, ecologie en duurzaamheid meer op het voorplan te brengen. Van de in totaal 20.200 hectare beplant met wijnstokken wordt 38% volgens de normen van HVE (20%) of biologisch gecultiveerd (18%). Ook hier zijn er tal van domeinen die opmerkelijke inspanningen leveren en de resultaten daarvan nu al kunnen voorleggen.

• Coöperatieven om de knowhow en duurzaamheid te bestendigen. Als we schreven dat coöperatieven een belangrijke rol speelden in de erkenning als BOB van de Provencewijnen, dan kunnen we niet voorbij aan Estandon, dat een voorbeeldfunctie heeft voor alle coöperatieven in de regio. Estandon is erg bezorgd over het grondwatertekort in de zomer. Daarom raadt men alle leden aan om er op twee manieren zelf aan te werken.

Vroeger dacht men dat het gras tussen de ranken water wegnam van de ranken. Nu weet men dat het omgekeerd is: herbiciden maken de grond hard zodat het regenwater vaak al verdampt voor het de grond kan indringen. Gras belet daarentegen dat het water verdampt en de wortelkanaaltjes zorgen ervoor dat het water infiltreert. Rolt men het gras plat in plaats van het maaien, dan sterft het af, maar blijven de wortelkanaaltjes wel bestaan. Zo krijgt men een nog betere infiltratie van water. Estandon maant zijn leden ook aan om beekjes te graven langs de wijngaarden. Dankzij de schotten in de beekjes blijft het water lang genoeg staan om in de grond te dringen, en dus niet langer wegvloeit naar de zee.

• Familiale wijndomeinen. Bij het Château Saint-Martin Cru Classé, een historisch domein en pijler voor de savoir-faire die al van moeder op dochter doorgegeven wordt sinds 1740, toont de familie de Barry zich bijzonder bekommerd om de biodiversiteit. Er werden onder meer tal van microbosjes en fruitbomen aangeplant. Het domein haalde, mede om deze redenen, zijn HVE-3 certificaat.

• Gevarieerde terroirs tussen zee en berg. Sommigen kiezen voor bergflanken en hoogteligging, anderen kiezen voor de nabijheid van de zee zoals Domaine de la Sanglière in de sector in de sector Côtes de Provence La Londe. Wijnbouwer Olivier Devictor is gebiologeerd door de bodems. Zijn wijngaarden hebben een ondergrond die deels uit leisteen bestaat en dat op amper 500 m van de zee. De bodems worden actief bewerkt om ze te revitaliseren. Er worden enkel natuurlijke compost en biologische bestrijdingsmiddelen ingezet.

• Inspelen op de factor ‘hoogte’ en ‘oriëntatie’. In het geval van Château Grand Boise heeft de herstructurering van de wijngaard 8 jaar in beslag genomen. Sindsdien is wijnbouwer Jean Simonet de trotse wijnmaker op een complete bergflank waarvan alle wijngaarden biodynamisch gecertificeerd zijn. Die reiken hier tot 650m hoog met daarbij ook nog een noordelijke oriëntatie. Resultaat: we krijgen hier in hartje Provence dus een soort Cool Climate wijn.

• Bijzondere aandacht voor de traditie. Ook Mireille en Julien Kennel van de Vignoble Kennel hebben het certificaat van biodynamie op zak. Dat betekent dat de wijngaard voor de productie van AOP-roséwijn nooit met chemische middelen wordt bewerkt, maar wel met de typische infusies uit de biodynamie. De aparte gronden worden ook intensief bewerkt volgens het oude gezegde ‘twee keer ploegen is een regenbui waard’.