Dirk Rodriguez
Diverse

De 2 gezichten van Alto Adige / Süd-Tirol

Süd-Tirol is hetzelfde als wat de Italianen Alto Adige noemen. Deze regio heeft geweldige troeven doordat het aan de zuidelijke kant van de Dolomieten ligt.

Vaak denken we bij onszelf: in België is het best goed toeven. Het is ’s zomers nooit té warm (hoewel) en de winters zijn niet te koud of te lang. En we eten goed en we drinken goed. We zouden niet weten waar in Europa het zoveel beter is. Neem nu Jerez of Carcassonne: mooie steden, maar ik mag er niet aan denken om wekenlang te moeten puffen bij temperaturen van meer dan 35°C. Al eens gedacht aan Zuid-Tirol?

Want inderdaad, bij een bezoek aan Süd-Tirol/Alto Adige in het begin van de herfst wisten we het plots wel, waar we best zouden willen wonen. In de zomer is het er lekker warm, in de hoofdstad Bolzano zelfs erg warm, maar dat is geen probleem, want dan neem je de stoeltjeslift naar boven en doe je een terrasje op de koelere flanken van de Dolomieten.

In de winter is er dan volop sneeuwpret met 1200 kilometer skipistes. Daar komt nog een extra bij, en in de ogen van de oorspronkelijke Duitstalige bewoners ook de enige gunstige invloed die Italië op hen heeft uitgeoefend: gastronomische verfijning. Men vindt hier zowel Oostenrijkse dumplings (niet op z’n oosters, maar in de vorm van een heel assortiment noedelballen) in de keuken als lichte ravioli. Meer ragu’s dan worst. Meer polenta dan pasta ook. Het menu is gevarieerder dan in Oostenrijk en de kruidenmix diverser. Tegelijk vinden we er de netheid terug van het noorden. En het mooiste moet dan nog komen: er is heel wat lekker wijn! Ja, toch een beetje best of both worlds.

  • © Kurkdroog

Eigen identiteit

De inwoners van Süd-Tirol zijn er niet helemaal uit, wat ze precies willen zijn. Toen dit noordelijke deel van Italië na WO-I aangehecht werd bij Italië volgde een enorme onderhuidse revolte bij de plaatselijke, overwegend Duitstalige bevolking (en een Ladinische minderheid). Rome (zeker onder Mussolini) probeerde de Duitse-Oostenrijkse cultuur te verstikken en Duitstalig onderwijs werd verboden. Het geannexeerde deel werd samengevoegd met Trentino om een evenwicht tussen Duitstaligen en Italiaanssprekenden te bewerkstelligen. Maar de spanningen bleven. Rome ging zich na WO-II gradueel soepeler opstellen en Duits op school werd weer ingevoerd, naast Italiaans en het Ladinisch. Trentino-Süd Tirol werd een Autonome Regio met heel wat bevoegdheden die werden verdeeld over de twee provincies: Trentino en Zuid-Tirol. Een voorbeeld in Europa voor andere gewesten (Catalonië?) die meer autonomie eisen, zo heet het.

Vraagt men vandaag de dag aan een Duitstalige inwoner van Süd-Tirol of hij terug wil naar Oostenrijk, waarmee het fysiek enkel gescheiden is door de Dolomieten en de Brenner-pass, dan twijfelt hij. Enerzijds is Oostenrijk een beter georganiseerde en rijkere natie, anderzijds heeft Süd-Tirol een interessante rol gekregen binnen Italië, niet alleen als vakantiebestemming met trekpleisters zoals Bolzano (Bozen), Kronplatz, Alpi di Siusi en de voor wielerliefhebbers de mythische Stelvio, maar ook als leverancier van de beste witte wijnen en de beste appels van het schiereiland. De rest van Italië is afnemer nummer 1 van de witte wijnen, in het bijzonder de Sauvignon, Chardonnay, Pinot Blanc (Weisburgunder) en de Pinot Grigio (Grauburgunder). De nadruk op de productie van wit was voor de wijnbouwers even aanpassen, want in het ‘oude Oostenrijk’ was Süd-Tirol vooral leverancier van rode wijn op basis van de Vernatsch-druif (‘Schiava’ in het Italiaans). Die druif werd in de jaren ‘70 en ’80 verdrongen ten voordele van de cabernet en merlot, wat nu erkend wordt als een kleine historische vergissing. Vernatsch wordt weer opgewaardeerd, ook als is het een moeilijk te telen druif die gevoelig is voor wijngaardziekten.

Andere rode wijnen die hier goed aarden, zijn typische cool climate druiven zoals de Pinot Noir en de Lagrein, waarvan de beste wijngaarden luisteren naar de naam ‘Gries’ en in het stadscentrum van Bolzano gelegen zijn, met als topper de kloosterwijngaard Muri-Gries.

Vier stellingen
De provinciale hoofdstad Bozen, beter bekend als Bolzano (120.000 inwoners), is een goed vertrekpunt om de klimatologie van de streek beter te begrijpen. In de zomer kan het er tot 40° C warm worden, omdat het in een soort van reusachtig amfitheater tussen de bergen ligt. Süd-Tirol heeft zijn naam niet gestolen, het ligt aan de zuidelijke kant van de Dolomieten en de Alpen en het is er minder regenachtig, zonniger en warmer dan in Oostenrijk omdat het beschermd is tegen de winden uit het noorden en oosten. Dat komt de wijnteelt natuurlijk ten goede.

Een andere kwaliteitsfactor is dat de wijngaarden nergens in de vlakte of in de vallei liggen. Daar vindt men enkel appelteelt. De wijngaarden vormen het mooie decor van de van de lagere flanken van de Dolomieten. De hellingen bevorderen de drainage, wat resulteert in een goede smaakconcentratie van de wijnen. Naar welke wijnen moeten we dan vooral uitkijken?

Süd-Tirol heeft meerdere keuzemogelijkheden en om eerlijk te zijn: de meeste wijnbouwers zijn er zelf nog niet uit waar ze nu echt goed in zijn. Misschien kunnen wij hen helpen, bekeken door een bril van wijnliefhebber. We poneren vier stellingen.

Stelling 1. Deze regio heeft de Pinot grigio (alias de Pinot gris) weer geliefd gemaakt bij de wijnliefhebber. Waar de pinot gris in andere regio’s verpietert tot een soort zoetig-kruidige wijn, niet zelden ook verwaterd, levert ze hier frisse, levendige wijnen op. En het belang van het vleugje Italiaans in de benaming (‘grigio’) valt niet te onderschatten.

Stelling 2. Natuurlijk zijn er mogelijkheden voor Pinot blanc (bianco), Sauvignon blanc en chardonnay, maar hier zal Süd-Tirol altijd moeten afrekenen met de concurrentie van de hele wereld.

Stelling 3. De aanplant van Cabernet en Merlot lijkt een vergissing. Tijdens de Weinmesse in Bolzano eind september proefden we geen enkel overtuigende wijn. Heel de wereld maakt deze wijn. Deze druiven kunnen in de toekomst wel een rol spelen in blends met lokale druiven. De Pinot noir is dan weer een ander verhaal: wie degelijke Pinot noir kan maken, zal er altijd markt voor vinden.

Stelling 4. De Vernatsch en de Lagrein, de twee lokale blauwe druivenrassen verdienen alle aandacht, niet alleen omdat ze de streek een eigen identiteit geven, maar ook omdat ze veel mogelijkheden bieden. Men kan er zowel goede zomerwijnen van maken als bewaarwijnen. Voor dat laatste zijn de experimenten volop aan de gang: van grote houten foeders, tot betonnen eivormige kuipen en amforen. De toekomst oogt mooi. In de wijngaarden zien we vaak pergola’s voor de Vernatsch. De reden is dat de trossen meestal zo zwaar zijn dat de takken anders gaan afbuigen. De verwerking vergt echter meer handenarbeid dan langs draden ingebonden stokken, vandaar dat deze druif in populariteit inboette onder de wijnbouwers. De zoektocht naar alternatieve inbindsystemen is begonnen.

In België

Uit de Alto Adige vinden we in ons land meer goede referenties. Om te beginnen is er Aloïs Lageder. Hij is de voortrekker van de biodynamie in de regio en kent nu vele volgers. Lageder stelt meerdere witte wijnen waaronder pinot grigio’s voor. Maar ook de Sauvignons hebben een mooi bewaarpotentieel. In rood ligt de nadruk bij pinot noir en cabernet-sauvignon. Maar hij maakt ook een voortreffelijke Römigberg Vernatsch (Schiava).
Info voor België: www.licata.be

Een andere bekende producent is Loacker, die eveneens overschakelde op biodynamische wijnbouw. Ook hier vinden we Pinot Grigio en Sauvignon. Loacker pakt ook graag uit met zijn Lagrein omdat hij enkele percelen in Gries bezit die hij verwerkt in zijn cuvée Gran Lagrein die zeker het ontdekken waard is.
Info voor België: www.biodyvino.be

Een derde belangrijke kwaliteitsspeler is Girlan die in Süd-Tirol op een andere leest geschoeid is dan we gewoon zijn van een coöperatieve. Om te beginnen bezitten de coöperanten samen slechts 215 hectare wijngaard, zoveel bezitten heel wat families in de Languedoc en Zuid-Italië op hun eentje. Dit is werken op mensenmaat. We proefden bij Girlan degelijke Sauvignon, Vernatsch (‘alte Reben’ = oude stokken) en Pinot noir. Info voor België: www.purewine.be

Praktisch
Reizen:
• Wekelijks zijn er meerdere retour-vluchten vanaf Charleroi op Treviso. Maar vanaf Treviso is het nog 200 kilometer rijden.
• Zelf met de auto via de Brennerpas, 940 km of ca. 10 uur rijden vanaf Brussel.
• Met de trein doet u er meer dan 15 uur over omdat u 4 keer moet overstappen.

Eten en proeven
• Aan het Lake Caldaro vindt u het Seehof Keller Restaurant met gigantisch terras en uitzicht op het meer. Bovendien kan u vanaf het restaurant rechtstreeks de wijngaard inwandelen die nog op traditionele pergola-manier is opgebonden. Plaats: Caldaro (Kaltern) info: www.seehofkeller.com
• In de provinciehoofdstad Bolzano (Bozen) gaan wijnliefhebbers naar de brasserie Wirtshaus Vögele. Traditionele gerechten en een schitterende wijnkaart vindt u hier op elke tafel. De brasserie heeft wee gedeelten ‘Die Stube’, de bistro, en de wat formelere ‘Bildergalerie’ één hoog. Info: www.voegele.it
• Super wijnrestaurant en prima sporthotel Taubers Unterwirt**** vindt u in het centrum van het Dolomietendorpje Velturno, met aan het hoofd de aldoor welgeluimde eigenaar Helmut Tauber. Er worden regelmatig wijnavonden met lokale wijnbouwers georganiseerd.
• Dit soort wijnavonden is niet ongewoon in deze streek. U vindt de namen van de ‘wijnhotels’ op de site www.vinumhotels.com.

Algemene info:

Deel op