Dirk Rodriguez
Regio

Georgië: terug naar de toekomst van de wijn (deel 1)

Georgië, belaagde zuiderbuur van Rusland, wordt beschouwd als de bakermat van onze westerse wijncultuur: archeologische vondsten situeren die rond 6.000 jaar v.C. Die status wil het vandaag opnieuw alle eer aandoen. Ziedaar waarom uw dienaar, tijdens een reis die mee georganiseerd werd door de Belgische Sommeliersgilde, de Kaukasus ging verkennen en een ervaring rijker terugkeerde.

Geologisch gesproken is het een land dat slechts bewoonbaar en vruchtbaar is in de valleien tussen de noorder- en zuiderketens van de Kaukasus. In het Oosten begrensd door Azerbeidjan en in het zuiden door Armenië en Turkije, bedraagt de bevolking een kleine 4 miljoen op een oppervlakte zo groot als de hele Benelux. Georgië is altijd een cruciale schakel geweest op de zijderoute. Tomaten en aubergines kwamen via een omweg uit Zuid-Europa terwijl passievrucht, komkommer, spinazie, koriander, zout, dragon, pepers en andere kruiden uit het oosten, veelal India, kwamen. Deze ingrediënten komen nog altijd voor op elke tafel, van ’s ochtends tot ’s avonds. En dan moeten we het nog over de wijn hebben.

In de huidige context moeten we ook enkele woorden besteden aan geopolitiek. Georgië is een oude Sovjetrepubliek die in 1991 onafhankelijk werd. Het land bleef echter politiek instabiel en net toen het toerisme op gang kwam begin deze eeuw, werd noorderbuur Rusland almaar nukkiger. Het stuurde vanaf het begin aan de annexatie van Abchazië en dat werd erger met een handelsembargo in 2006 en met de oorlog en volledige annexatie in 2008, voorgesteld als de ‘onafhankelijkheid’ van Zuid-Ossetië en Abchazië. Op dit ogenblik oogt de politiek wat stabieler. In de hoofdstad Tbilisi en in Kakheti, de belangrijkste wijnregio, zien we overal hotels in aanbouw. Sommigen werden recent geopend en zijn duidelijk afgestemd op veeleisende toeristen.

(lees verder onder de wijnmap)

Het dominante geloof is het Orthodoxe Christendom met een kerk die aanleunt bij de Grieks-Orthodoxe kerk. Het christelijke geloof werd er door de geschiedenis ook met hand en tand verdedigd tegen de oprukkende islam. Wijn en het christendom zijn voor de Georgiërs met elkaar verweven: wijn is het bloed van Christus en de wijngaard de vruchtbare schoot van Maria. Tijdens de Turkse overheersing werd de Saperavi-wijnstok uitgerukt in Kakheti maar de druif overleefde in het zuidelijke Meskheti.

Al deze elementen maken dat Georgië zich graag assimileert met Europa en niet alleen aspirant NATO-lid is maar dit jaar net vóór Oekraïne zijn kandidatuur indiende bij de EU. De taal met zijn voor ons vreemde reeksen van medeklinkers is een fenomeen want met geen enkele andere taal verwant. Hoe dan ook, als wijnliefhebber moeten we slechts voor één woord oog hebben en dat is ‘marani’ wat zoveel als wijnkelder betekent.

De wijn, belangrijke bron van deviezeninkomsten, komt terug van ver: onder de heerschappij van de sovjets telde maar één zaak: goedkope massaproductie. De gronden werden uitgeput met pesticiden om een zo hoog mogelijke productie te garanderen.

(lees verder onder de foto, qvevri op wijndomein Tsinandali)

Terug naar de traditie

Na de val van de Berlijnse muur wilde het land terug aanknopen met een familiale en kwalitatieve traditie van wijnmaken. In Georgië maakt iedereen achter zijn huis wat wijn met inheemse druivenrassen. Maar het duurde tot na de eeuwwisseling eer wijnmakers zoals Iago durfden poneren dat men terug naar de autenthieke Georgische manier van wijnmaken moest, te weten in qvevri, zeg maar amforen van gebakken klei. Georgische wijnmakers beseften dat ze niet langer wijn moesten maken die ze enkel in Rusland konden verkopen, maar terug moesten keren naar wat hen uniek maakte. En wijn maken in amforen werd hip. Plots vond je amforen tot in Friuli, Slovenië en zelfs Bordeaux. Europa proefde de eerste orange wines, witte wijn met een oranje kleur door de schilweking in amforen.

Volgende deel:
Belangrijkste wijnregio’s en producenten.