Dirk Rodriguez
Diverse

IM Philippe Cambie. Oenoloog van de mooie grenache en anti-elitist

Philippe Cambie maakte naam in Châteauneuf-du-Pape en had een missie: de wijnliefhebber bewijzen dat grote grenache perfect betaalbaar kan zijn.

Vorig weekend overleed Philippe Cambie. Hij was en is een deel van het genie achter de wijnen van de Belgische wijnbouwers Philippe Lambrecht (Bodegas Mas Alta, Priorat) en Mark Verstraete (Château Castigno, Saint-Chinian). Hij was een man die het leven naar binnen schrokte. Je kon er niet naast kijken. Beter gezegd: je kon niet naast hem kijken. Philippe Cambie had een geweldig postuur. De combinatie van een rugbyverleden (geweldige schouders) en een bourgondisch wijnbestaan vertaalde zich in een fijne kop bovenop en enorm lichaam. We interviewden hem in 2013 op een zondagavond, het enige moment waarop hij zich kon vrijmaken.

“Op zondag is er geen enkel deftig restaurant open in Avignon,” zei hij aan telefoon en gewoon in een bar afspreken, dat was geen manier van doen voor hem. Het moest in een restaurant zijn. Cambie zou zijn laatste euro uitgegeven hebben aan lekker eten. Dus reden we in zijn Kangoo (aan auto’s gaf hij geen franc te veel uit) tot een eind buiten de stad en strandden in de buurt van Orange. Daar bestelde hij de beste fles die hij op de kaart vond, een Châteauneuf-du-Pape Domaine du Pégau 1998 (foto boven).

Philippe Cambie studeerde in 1986 af als oenoloog. Na een aanloopperiode in de négoce werd hij technisch directeur in Collioure (Roussillon) en specialist in de productie van Banyuls, de Franse tegenhanger van de Porto maar dan op basis van grenache noir. In Collioure leerde hij het métier. Maar er mankeerde iets. Cambie in 2013: “Ik maakte zelf geen wijn. Pas in 1998 vond ik mijn draai. Ik werd oenoloog bij Domaine des Escaravailles. In feite was dat niet toevallig, want ik had met eigenaar Gilles Ferran nog op de schoolbanken gezeten.”

Anti-elitistisch
Nadien volgde Domaine Giraud (Châteauneuf) en was hij ‘vertrokken’. De wijndruif grenache bleef de rode draad in zijn werk. “Misschien dat mijn werk op Les Cailloux in Châteauneuf-du-Pape mij het meest in de schijnwerpers heeft geplaatst. Plots werd ik overal gevraagd,” herinnerde hij zich. In feite was dat niet ‘zo plots’. Meerdere van de wijnen die hij hielp vinifiëren kregen van Robert Parker 100/100. In 2010 werd hij uitgeroepen tot Internationaal Wijnmaker van het Jaar, wat hem opdrachten opleverde van Macedonië tot Californië. Vanaf dan kon hij ook zijn eigen criteria opleggen als men om zijn advies vroeg. 1) de producent moest zelf van wijn houden. 2) de persoon moest hem liggen en 3) de ambities moesten realistisch zijn. Cambie wilde ook geen elitistische wijn maken. Hij zocht geen notoriëteit. Hij wilde dat de consument Côtes du Rhône en andere wijnen op basis van grenache leerde appreciëren. Hij had een boon voor de appellatie Rasteau, die volgens hem niet toevallig erkend werd als cru van de Rhône. Hij werkte er onder meer voor Domaine de la Collière en Domaine Nicolet l’Héreyeut.

Eigen wijnen
Behalve als adviseur bracht Cambie ook eigen wijnen op de markt. Voor ‘Les Halos de Jupiter’ kocht hij wijn op bij producenten die hij goed kende, om die vervolgens zelf te vinifiëren op zijn manier. Daarnaast had hij enkele eigendommen. Met name in Costières de Nîmes waar hij ‘Les Halos de Jupiter’ op basis van eigen druiven maakte en het iconische Calendal (Plan de Dieu) dat een gezamenlijk project is met Gilles Ferran van Escaravailles (zie hoger). Calendal werd een schoolvoorbeeld van wat hij voor ogen had: een compromisloze, betaalbare topwijn (in België te vinden bij Wijnhandel De Kok). (foto onder)