Thierry Heins
Spirits blog

Hoe Fransen, Canadezen … hun zakken vulden dankzij de drooglegging (2)

In een eerste deel zagen we hoe alcoholsmokkelaar McCoy toevallig de archipel Saint-Pierre et Miquelon ontdekte. In geen tijd werd een onooglijk vissersdorp een belangrijke doorvoerhaven van Schotse en Canadese whisky. In een tweede deel treedt er een nieuwe figuur op de voorgrond: Henri Morazé, de “gentleman-smokkelaar”.

Gaandeweg werd in de jaren ’20 het leeuwendeel van de invoeractiviteiten gecontroleerd door Canadese distilleerderijen. De inwoners van Saint-Pierre waren tevreden met een kleine winst op de trafiek en dat was ook normaal, zij namen ook geen enkel risico. Het zijn de smokkelaars die aan de controles moesten zien te ontsnappen toen zij naar de Verenigde Staten terugkeerden die de risico’s namen.

Henri Morazé, 22 jaar oud en zelf afkomstig uit Saint-Pierre, had het idee om de operaties van begin tot eind over te nemen. Om het in voetbaltermen te zeggen: hij zag zichzelf als box-to-box speler. Hij besloot zich rechtstreeks te bevoorraden in Frankrijk, Duitsland, Nederland, de Bahama’s, Brits Guyana …. en rechtstreeks te leveren aan zijn klanten aan de Noord-Amerikaanse kust. Naarmate zijn activiteiten zich ontwikkelden, verfijnde hij zijn technieken en rustte hij zich, ja in die tijd al, uit met radio’s en supersnelle boten met vliegtuigmotoren, speedboats dus, om aan de tentakels van de “cutters”, Amerikaanse douanebeambten van de kustwacht die zelf snelle boten ter beschikking hadden, te ontsnappen.

Freddy Thomelin, onderzoeksjournalist, onderzocht het epische lot van de “Gentleman bootlegger”, tevens de titel van het boek dat werd gepubliceerd in 1986 en heruitgegeven in 2017 (zie afbeelding onder). Henri Morazé bleek minder bang voor cutters dan voor kapers. Plunderende piraten waren erger dan de georganiseerde bendes uit de New Yorkse onderwereld. Wat de onderwereld betreft, ja hij ging ook om met Al Capone. Hij ontmoette de godfather voor het eerst in 1926 in Chicago. Al Capone kwam zelf ook op bezoek in Saint-Pierre. Tijdens zijn verblijf besprak Capone het probleem van de houten kisten die te veel lawaai maakten tijdens de overslag, waardoor verschillende schepen door de U.S. Coast Guard waren onderschept. De oplossing bestond erin de flessen in jutezakken voor te verpakken, waarbij elke fles een eigen jutten verpakking kreeg en de zakken voorzien werden van aangenaaide handvatten om het overladen te vergemakkelijken. Deze oplossing werd snel de algemene standaard bij de dranksmokkelaars.

Het einde van de drooglegging werd niet het einde van de smokkel
In 1933 stemde de Senaat voor afschaffing van het verbod, een verkiezingsbelofte van de pas verkozen president, Franklin D. Roosevelt, die campagne had gevoerd met het argument dat het verbod een averechts effect had gehad. De mensen gebruikten meer alcohol dan vroeger. Bovendien had deze maatregel de maffia rijker gemaakt en de staat armer. Voor Saint-Pierre is dit het einde van een gouden tijdperk.

De afschaffing van de Volstead Act betekende niet het einde van de alcoholhandel in Saint-Pierre, hoewel de activiteiten op een lager pitje belandden. In Canada geproduceerde alcohol werd nog altijd naar Saint Pierre uitgevoerd, om vervolgens opnieuw naar Canada en Newfoundland te worden teruggesmokkeld. Op die manier werden de hoge douanerechten en accijnzen ontdoken. Maar een jaar na het einde van de Prohibition gaf Frankrijk toe aan de druk van de V.S. om de levering van sterke drank uit de archipel te stoppen. Al in 1935 moesten ondernemingen die gedistilleerde dranken vanuit Saint-Pierre verstuurden, de zending vergezeld doen gaan van een douaneformulier waarin werd verklaard dat de producten zouden worden afgeleverd op de plaats van bestemming die op de inklaringsdocumenten was vermeld. Henri Morazé veranderde daarop zijn strategie en kocht in Europa een schip dat 10.000 kisten alcohol kon vervoeren, de Greta Kure. Hij laadde zijn boot rechtstreeks in Europa en plaatste hem net buiten de territoriale grenzen van Saint-Pierre, in internationale wateren. Vervolgens stuurde hij zijn ultrasnelle smokkelaarsvaartuigen naar het moederschip om de koopwaar daar over te laden en koers te zetten naar de Golf van St. Lawrence. Vervolgens kocht hij de enorme voorraden alcohol in Saint-Pierre op, die onverkoopbaar waren geworden om daar zijn profijt mee te doen.

Erelegioen
Later stelden de Verenigde Staten lagere tarieven voor alcohol voor met landen die bereid waren mee te werken. Frankrijk ging daar in 1935 op in. Maar voor Saint-Pierre veranderde er weinig. In een jaarverslag van 1987 uit Newfoundland wordt vermeld dat de smokkel van sterke drank en sigaretten een eeuwenoude praktijk is die nog altijd wijdverbreid en helaas nog altijd winstgevend is. Smokkelaars uit Newfoundland en Saint-Pierre gebruiken kleine boten uit de archipel, Doris genaamd, ofwel vissersboten om de kust van Newfoundland te bereiken die op slechts 20 km van de archipel ligt.

Henri Morazé tenslotte vergaarde een aanzienlijk fortuin, waarvan het bedrag nooit onthuld werd. Hij bewees dat iemand die deals kan sluiten met Al Capone ook kan onderhandelen met diplomaten, politici en andere watjes. Hij werd in 1947 verkozen tot vice-voorzitter van de Territoriale Vergadering van Saint-Pierre. Hij zou zich vanaf dan wijden aan de ontwikkeling van het eiland en in 1965 werd hij onderscheiden met het Legion d’Honneur. Wat zou Frankrijk zijn zonder zijn eerbare burgers?