Thierry Heins
Spirits blog

Hoe Fransen, Canadezen en Schotten hun zakken vulden dankzij de drooglegging (1)

Dit gaat over een (bijna) vergeten geschiedenis : hoe één eiland de drooglegging in de VS omzeilde. Eén lek kostte de Amerikaanse kustwacht gigantische kopbrekens en zorgde ervoor dat niet alleen Al Capone, maar ook Fransen, Canadezen en Schotten hun zakken konden vullen als nooit tevoren. In de verre achtergrond woedde de crisis in Europa.

Wie in deze tijden over die andere quasi-lockdown leest, namelijk de fameuze drooglegging in de Verenigde Staten (1920 tot 1933), merkt dat er een “lek” was. Een lek dat onder meer de maffia toeliet om monsterwinsten te maken met de toen illegale verkoop van sterkedrank. Het was echter niet de maffia maar een Frans archipel genaamd Saint-Pierre et Miquelon, dat de hoofdrol speelde in de alcoholsmokkel.

Het was een erg lucratieve episode in het bestaan van de kleine eilandengroep die vandaag slechts 616 inwoners telt (waarvan er evenwel al 24 besmet raakten met corona!). We vonden twee boeken die melding maken van de bijzondere geschiedenis van Saint-Pierre et Miquelon (hierna: SPM) onder de drooglegging.

Eiland voor de Amerikaanse Oostkust
De kans is groot dat velen van u niet weten waar SPM, Frans overzees gebied, te situeren. Veel mensen denken dat deze kleine archipel in West-Indië of Indonesië ligt. Nou nee, SPM ligt een paar mijl van Newfoundland, voor de Oostkust van Canada en de VS.

Voor de drooglegging was enkel het eiland Saint-Pierre bewoond. Het was een rustig vissersdorp dat worstelde met een joekel van een economische recessie. Het eiland was de overzeese haven voor boten uit Saint Malo en het Baskenland. Ze kwamen op kabeljauw vissen. Het was hard en riskant werk en veel zeelieden verloren het leven. De uitvaardiging van de Volstead Act in 1920 (bekend als Prohibition), waarbij de consumptie van alcohol op het grondgebied van de Verenigde Staten werd verboden, zal het leven op het eiland ingrijpend veranderen.

De pech van Bill McCoy die zijn redding werd
De wet die het verbod regelde, leidde zoals bekend tot het ontstaan van een aantal clandestiene sites (goed verstopte distilleerketels) in de Verenigde Staten. Maar de geproduceerde alcohol was van een bedenkelijke kwaliteit, met niet zelden blindheid en soms de dood als gevolg. De eigenaars van clandestiene bars, restaurants en hotels met een beter cliënteel begonnen bijgevolg op zoek te gaan naar andere bronnen. Ene Bill McCoy (foto onder), inwoner van New York en Florida, rook winst. Hij kocht zijn eerste schoener, de Henry L. Marshall, met de bedoeling clandestien drank te importeren uit de Bahama’s.

Dat kostte wel wat moeite: douanebeambten van Nassau dienden omgekocht en er kwam soms wat geweld bij kijken. Maar McCoy was slim. Hij voer zelf niet naar de VS, maar laadde zijn illegale vracht over naar kleine motorbootjes die lagen te wachten voor de kust van Florida. Hij werd zienderogen rijker en kocht een tweede boot die hij de Tomoka noemde. Maar smokkelen bleef intussen een riskante onderneming. Zijn eerste boot werd in beslag genomen door de U.S. Coast Guard en McCoy werd ook door de Canadese douane op de zwarte lijst gezet. Omdat de Tomoka averij opliep voor de kust van Massachusetts vroeg McCoy toestemming om door te varen naar de haven van Halifax, Canada, waar men hem echter gebood zo snel mogelijk weer te vertrekken.

McCoy was dus gehaast om te vertrekken, maar als bij toeval liep hij in een hotel in Halifax een man met een Frans accent tegen het lijf, een zekere Folquet. Hij is stomverbaasd wanneer hij hoort dat Folquet afkomstig is uit een Franse kolonie die vlakbij Canadees grondgebied ligt. Folquet biedt hem aan zijn schip verder te laten herstellen in Saint-Pierre. Folquet rook zelfs ook winst en maakte McCoy duidelijk dat hij niet alleen zijn schip kon laten herstellen maar ook Franse gedistilleerde dranken tegen concurrentiële prijzen kon leveren. En zo werd de Tomoka dus het eerste clandestiene smokkelschip dat het eiland Saint-Pierre aandeed.

Saint-Pierre als ‘legaal’ smokkelnest
Door de toevallige ontmoeting van de twee heren wordt Saint-Pierre al snel belangrijker dan Nassau voor de import van alcohol. Het feit dat er hier geen douanebeambten dienden omgekocht en dat er ook verder geen geweld bij kwam kijken hielp in de lucratieve handel.
Toch liep niet alles van een leien dakje. McCoy was vooral tuk op whisky en bourbon, gewoon omdat de vraag daarnaar het hoogst was in de VS. De Fransen lieten echter alleen hun eigen distillaten taksvrij toe op het eiland (rum, cognac, armagnac, …). Om de wetgever te beïnvloeden beginnen de handelaren van Saint-Pierre een lobby-actie om mits een lichte accijns toch Schotse en Canadese whisky te mogen importeren. In 1922 wordt de toestemming verleend. Vanaf dan veranderen buitengewoon grote scheepsladingen whisky van eigenaar op de kaden van Saint-Pierre. Voor het eerst in zijn geschiedenis zal het eiland niet langer deficitair zijn voor moederland Frankrijk. Dankzij de accijnzen. Gouden tijden breken aan. Iedereen wordt alcoholhandelaar of transporteur. Het wordt stilaan moeilijk om nog een visser te vinden op het eiland.

McCoy is intussen al lang niet meer de enige smokkelaar. Honderden smokkelschepen meren aan om zich te bevoorraden en de lading vervolgens ‘s nachts langs de Amerikaanse kusten over te hevelen in een onophoudelijke poging de Amerikaanse kustwacht af te schudden. Dat lukte meestal door in internationale wateren te blijven (een strook die de “Rum Row” werd genoemd) en daar te wachten op de kleine, snelle schepen die de koopwaar naar de Amerikaanse kust brachten.

De handel nam serieuze proporties aan. De meeste Canadese distilleerderijen openden zelfs handelsagentschappen in Saint-Pierre om daar hun Canadese whisky’s te plaatse te slijten. Andere vestigingen of depots verdedigden de belangen van Schotse distilleerderijen. De depots werden gebouwd door kooplieden in Saint Pierre en verhuurd aan diverse distilleerderijen. Wie in Saint-Pierre een verkooppunt vestigde, verzekerde zich op die manier van een mooi aandeel van de Amerikaanse markt…

Alcoholdampen vervangen de geur van kabeljauw
Van 1920 tot 1933 zullen vrijwel alle eilandbewoners profiteren van de massale toevloed van dollars, terwijl de rest van de wereld in een diepe economische crisis verzeild raakt. Het leven in Saint-Pierre was echter mooi en alcoholdampen vervingen de geur van kabeljauw. De Franse staat profiteerde ook van de accijnzen die op elke krat alcohol werden geheven. Het feit dat de handel bedoeld was om de smokkelaars te bevoorraden, was niet het probleem van de Franse overheid: op zijn grondgebied gebeurde alles legaal. En voor de rest was de handel in de internationale wateren vrij. Een positief gevolg voor het eiland was dat er plots overheidsgeld was om de infrastructuur van Saint-Pierre te verbeteren. Dat resulteerde in een modernere haven, de renovatie van alle overheidsgebouwen en -faciliteiten, de aanleg van wegen, riolering… Alleen een casino ontbrak.

Vervolg: Henri Morazé, de “gentleman-smokkelaar”

Bronnen:
Gentlemen Bootlegger, Freddy Thomelin, Editions de l’Océan
• Les Contrebandiers,J.P. Andrieux, Editions de l’Océan