Regio

Wijn uit graniet

Moulin-à-Vent is een erg speciale appellatie uit de Beaujolais, er is om te beginnen maar één heuvelkam verschil met Fuissé uit de Bourgogne en wanneer u Moulin-à-Vent intikt in de gps, dan vindt u helemaal geen gemeente in de Beaujolais want Moulin-à-Vent is ook helemaal geen gemeente. Welkom in het rijk van de roze graniet.

Wat is het dan wel? Een appellatie met één duidelijk herkenningspunt, een oude windmolen (Moulin-à-Vent). Wat tik je dan wel in in de gps? Romanèche-Thorins of Chénas, maar die laatste is dan weer de naam van een andere appelatie.

Beaujolais-kenners weten dat er enkele bijzondere plaatsen zijn in de Beaujolais. Moulin-à-Vent is er een van, Morgon en dan vooral de vulkanisch getinte lieu-dit Côte-de-Py is een ander, net als de Côte de Brouilly, een appellatie op een andere oude vulkaan. In totaal telt het piramidestelsel van de Beaujolais drie niveau’s: onderaan de gewone Beaujolais, daarboven de Beaujolais-Villages (verplichte manuele oogst) en aan de top vinden we tien cru’s, die we voor de volledigheid nog even opsommen: Brouilly en Côte de Brouilly, Chénas, Chiroubles, Fleurie, Juliénas, Morgon, Moulin-à-Vent, Régnié en Saint-Amour.

Men is druk in de weer met een voorstel om de namen van de lieu-dits of climats (de term die in Bourgogne wordt gebruikt) ook in de Beaujolais te officialiseren. En dat zou een goede zaak zijn, want momenteel kan iedereen zomaar vrij namen van lieu-dits of commercieel geïnspireerde namen toevoegen op zijn etiket. Dat zorgt voor verwarring.

Misverstand over mangaan
Medereiziger Jasper Van Papeghem zegt dat men in wijncursussen – men puurt er zelfs examenvragen uit – beweert dat de ondergrond van de appellatie Moulin getypeerd wordt door mangaan, een metaal. Dat is op zijn zachtst gezegd overdreven. Er werd bij opgravingen slechts een heel klein beetje mangaan gevonden in één bepaalde sector en dan nog op een diepte van 35 meter. Het is wat van de pot gerukt om te beweren dat de wijnen van Moulin-à-Vent gekenmerkt worden door mangaan. Toch zien we dat veel domeinen zich beroepen op ‘le manganèse’. Het is een marketingelement geworden.

Lees verder onder foto

Wat vinden we dan wel in de bodem van deze appellatie? Veel graniet. Overwegend roze graniet. Maar ook hier zijn er verschillen. De graniet is soms wat witter en soms wat blauwachtig. Mooi wordt het wanneer het gesteente een soort van spek-structuur krijgt (zie foto). De bodem is dus erg arm en dat komt de wijn ten goede. Boven de granietrots, die niets anders is dan gekristalliseerd vulkanisch materiaal, vinden we een laag van gemiddeld slechts een halve meter diep van tot zand geërodeerd gesteente (gneiss) en keien, wat hoekige zandsteen (grès), soms keien die kwarts bevatten en in de lagere regionen van de heuvels ook wat klei uit het Trias-tijdperk en kleinere keitjes (‘graves’) afkomstig van een voorhistorisch meer met oevers op een hoogte van 210 meter. De voet van de heuvels wordt lokaal ‘les piémonts’ genoemd. Vandaar ook het Italiaanse Piemonte.

De cru’s van de Beaujolais, en Moulin-a-Vent vormt daar geen uitzondering op, liggen op hellingen die steiler zijn dan wat we in Bourgogne zien. De regio is dan ook aantrekkelijker dan de Bourgogne voor wandelaars en fietsers. De gemiddelde hellingsgraad van de wijnvelden in Moulin bedraagt maar liefst 8,4%! Ter vergelijking: de Oude Kwaremont haalt een gemiddelde van 4%. Die van de Kapelmuur in Geraaardsbergen: 6,8%. Over steile hellingen gesproken: vanop het uitkijkpunt aan de molen zien we de reus van de Alpen liggen: de Mont Blanc, 200 km verder in vogelvlucht.

Lees verder onder de foto

Gamay-druif
In de Beaujolais wordt slechts één blauwe druif geteeld: de Gamay. Zij vormt de basis van alle rode en roséwijnen in deze wijnregio. De druif is weinig vigoureus (bladgroei) maar wel erg productief (fruitopbrengst). Wie kwaliteit wil doet er dus goed aan streng te snoeien en de rendementen te beperken, al kampt men de laatste jaren vooral met telage opbrengsten vanwege de klimatologie (het ene jaar vorstschade, het andere jaar hagel). Toch waren 2015 en 2018 jaren om in te kaderen: schitterende kwaliteit en voldoende opbrengst.

De beste wijnen hebben heel wat bewaarpotentie. We spreken over beaujolais die je makkelijk tien jaar kan laten liggen in de kelder, met pieken tot 20 jaar en meer. Van grote beaujolais wordt gezegd dat hij ‘pinoteert’: hij krijgt dan die fijne, complexe expressie die aan grote rode bourgogne doet denken.

Lees verder onder de foto (lieu-dit Rochegrès)

5 producenten

Thibault Liger-Belair

Deze beroemde producent uit Nuits-Saint-Georges (Bourgogne) investeerde enkele jaren geleden in 7 hectare wijngaard in Moulin-à-Vent en dat werd als een statement gezien. Sindsdien kocht de bekende wijnschrijver Bettaneeen optrekje tussen de wijngaarden van Moulin en telde een buitenlandse investeerder 1,6 miljoen euro neer voor een huis met amper 4 hectare in de lieu-dit Rochegrès, een ongezien bedrag.

Liger-Belair geldt intussen als een soort ambassadeur voor de appellatie al is het maar omdat hij in degustaties zijn Moulin-à-Vent voorstelt na zijn veel duurdere bourgognes (waaronder Gevrey-Chambertins en Chambolle-Musigny’s) als een soort nec-plus-ultra, en niet ervoor als een soort aperitief.

Bij de aankoop van de velden was er een merkwaardig perceel waarvan, volgens de oudst terug te vinden notariële akten, een deel minstens 160 jaar oud is. Deze wijnstokken zijn nog steeds productief, zo zagen we met onze eigen ogen, en er wordt een bijzondere wijn van gemaakt: ‘Les Centenaires’.

We zouden nog bladzijden kunnen schrijven over Liger-Belair, als was het maar omdat hij in proces ging tegen de Bourgogne om niet te moeten spuiten tegen de Flavescence dorée (bladziekte verwekt door cicade) maar laat het ons erbij houden dat hij organisch werkt met biodynamische inslag en dat hij er een stelling op nahoudt dat hoe ouder de wijnstokken, hoe meer tijd het vergt eer een wijn op zijn toppunt is.

Onze favorieten bij zijn wijnen:
• Les Vieilles Vignes 2018. Wijn met een zuivere neus en een ingehouden kracht in de mond. Over 3 jaar op zijn toppunt en van plan om daar lang te blijven.
• La Roche 2018. Beaujolais die pinoteert. Delicate neus, zijdeachtige textuur. Groots. (Ook 2017 is uitstekend).
• Les Vignes Centenaires 2018. Discrete neus gevolgd door een erg complexe mond. Wijn waarop je graag enkele jaartjes wacht.

De wijnen van Thibault Liger-Belair worden ingevoerd door Art&Terroirs (Eveux) en Ciboulette (Knokke)

Lees verder onder de foto (met Thibault Ligier-Belair)

Domaine Le Nid

Het domein, centraal gelegen net onder de lieu-dit Rochegrès, wordt al geëxploiteerd sinds begin jaren 1900. In 2012 nam de familie Lardet het domein met meer dan 6 hectare over, gecharmeerd door het prachtige terroir. De familie staat erop de tradities van de Beaujoilais te respecteren. De oude kelders zijn fris en genieten van een hoge vochtigheidsgraad, met als gevolg gezonde zwarte schimmels op de muren zoals in de Champagne.

Voor de vinificatie werden gammele eiken foeders afgedankt en de oude betonnen cuves weer in gebruik genomen. In de wijngaard wordt er zorg gedragen voor de biodiversiteit en een ecologische benadering volgens de prioncipes van de lutte raisonbée, HVE-gecertificeerd. Alle werk in de wijngaard die opgedeeld is in 12 percelen, gebeurt manueel. De familie maakt enkel Moulin-à-Vent, dus geen andere Beaujolais.

Onze favorieten bij hun wijnen:
• Rochegrès 2018 en 2017. Wijn die steevast uitmunt door zijn elegantie, frisheid en finesse. Onderbouwd met gul fruit en een fijne mineraliteit.
• La Rochelle 2018. Ook hier weer: frisheid, elegantie met hints van rood fruit en een textuur van brocaat.

De wijnen van Le Nid worden ingevoerd door Vinetiq

    Domaine Labruyère

Vanuit dit domein in de appellatie Moulin-à-Vent is het imperium van de familie Labruyère ontstaan dat sinds 1988 ook Domaine Jacques Prieur (DJP) in de Bourgogne omvat met aan het hoofd van de technische afdeling de bekende oenologe Nadine Gublin die ook in Moulin-à-Vent een oogje in het zeil houdt. In Bourgogne werkt men aan langer aan de bioconversie van de wijngaarden. En ook in Moulin-à-Vent wordt die omschakeling naar organische wijnbouw nu ingezet. Voorheen had men al een Terra Vitis certificatie.

Het domein zelf dat nu 13,5 ha wijngaarden in eigendom heeft, werd gesticht in 1850 door Jean-Marie Labruyère, die er met zijn spaarcenten van noeste veldwerker in slaagt om 10 hectare te vergaren. Het pronkjuweel van het domein is Le Clos, een ommuurde wijngaarde onder de molen van Moulin-à-Vent dat een monopolie is van het huis. Tegenwoordig heeft Edouard Labruyère de teugels van het domein (en de groep DJP en het Château Rouget in Pomerol) in handen.

Vroeger werd een deel van de oogst verkocht aan négociant Georges Duboeuf (een verhaal dat we op meerdere plaatsen hoorden), maar dat is verleden tijd. Sinds 2009 vinifieert en verkoopt men de hele oogst zelf. De meeste wijnen worden op Bourgondische vaten (pièces) gerijpt, de instapwijnen op demi-muid-vaten van 600 liter.

Onze favorieten bij hun wijnen:
• Le Clos 2016. Wijn die graag wat rondgewalst wordt. Vleugje kersenlikeur, ingehouden mond. Wijn met veel potentie die snel verbetert in het glas.
• Champ de Cour 2015. Dit is een intense smaakbom vol geconcentreerd fruit en hints van viooltjes. Ook relatief veel tannine. Feestwijn.

De wijnen van Domaine Labruyère worden ingevoerd door Châteaux-Vini

Domaine de la Chèvre Bleue

Wanneer we vernemen dat de wijnbouwer een Engelsman, Schot of Ier is, denken we: haha, daar zijn de buitenlandse investeerders! Toch hebben we het mis. Gerard Kinsella (half Engels-half Iers) ontmoette zijn vrouw Michèle in Parijs toen hij er aan het werk was als IT-specialist en van het een kwam het ander: hij ging wijnbouw in de Bourgogne studeren en nam een deel van het ouderlijke domein van Michèle over, bedachten een naam en samen runnen ze la Chèvre Bleue nu al zowat 20 jaar.

Het interessante aan de 9 hectare wijngaarden is de gemiddelde leeftijd van de wijnstokken die boven de 70 jaar reikt. Doordat Gerard ook enkele percelen in Pouilly-Fuissé heeft is er een interessante prijspiramide in het huis: de Moulin wordt hier relatief goedkoop verkocht…

De vinificatie verloopt als volgt: de wijn verblijft in principe enkel op kuipen wat voor fruitigheid en frisheid zorgt, maar de perswijn gaat op vat: zo krijgen we de intense kleur en de structuur in de Moulin-à-Vents.

Onze favorieten:
• Le Clos 2016. Wijn die graag wat rondgewalst wordt. Vleugje kersenlikeur, ingehouden mond. Wijn met veel potentie die snel verbetert in het glas.
• Champ de Cour 2015. Dit is een intense smaakbom vol geconcentreerd fruit en hints van viooltjes. Ook relatief veel tannine. Feestwijn.

Er is (nog) geen invoerder voor dit huis

Richard Rottiers

De naam klinkt wat Belgisch en dat is niet toevallig want Richards grootvader aan vaderszijde was Belg. Het wijnbouwerschap kwam echter van moederszijde, want Richards moeder leidde het domein des Malandes in Chablis. We bezochten Richard 9 jaar geleden al. Hij besloot het elders te gaan zoeken, waar de gronden nog betaalbaar zijn, al was het maar in pacht. Hij vestigde zich in het dorp van Romanèche-Thorins met de bedoeling eenbeetje Beaujolais-Vliggaes en vooral veel Moulin-à-Vent te produceren. Hij koos van meet af aan voor de conversie naar biocultuur en overtuigde zijn zus Amandine, die in Chablis bleef, om hetzelfde te doen op het ouderlijke domein. In 2017 ging men ook daar in conversie naar biocultuur. Richard houdt ook hier een oogje in het zeil.

Tegenwoordig heeft hij 10 hectare in eigen beheer, waarvan hij een halve hectare kon kopen. Hij investeert liever in materieel dan in gronden, zegt hij. Hij kocht een ontritsingsmachine en investeerde op een van zijn beste percelen in hagelnetten. Dat is een dure zaak: 30.000 euro per hectare! Hij geeft ons een demonstratie hoe het werkt. Zo is makkelijk te zien dat je de netten desgewenst omhoog kan tillen. Dat weerlegt meteen de kritiek dat zo’n netten botrytis (grijsrot) in de hand zouden werken bij vochtig weer. Dankzij deze netten had hij in 2017 nog een redelijke oogst, daar waar anderen 90% verloren.

Nog dit: Rottiers gelooft als organische wijnbouwer dat de toekomst extremer wordt, klimatologisch gesproken dan. Lange perioden van droogte afgewisseld met hagelbuiten. Daarom vermijdt hij ook de oge flanken van de heuvels waar de bodem ondiep is en het schaarse regenwater nauwelijks vastgehouden wordt vanwege een gebrek aan klei in de bodem. Zijn grond liggen lager. Eentje zelfs langs de muren van het kerkhof. Die heeft hij toepasselijk ‘Le Dernier Souffle’ gedoopt. Zijn wijnen zijn erg elegant, vaak minder gekleurd dan die van zijn buren en met de zijdeachtige finesse van mooie bourgogne.

Onze favorieten:
• Le Dernier Souffle 2018. Minerale expressie, mooie neus, fijn met ingehouden kracht. Wijn met potentieel die ons intrigeert.
• Champ de Cour 2018. Dit perceel springt er andermaal uit. Mooie cru met een verleidelijke neus en complexe gelaagdheid. Ragfijne tannine.

Ingevoerd door Vinarta. Vinetiq voert de Chablis in.

Lees verder onder de foto (Richard Rottiers toont zijn hagelnetten)

Andere wijnbouwers die het volgen waard zijn (tussen haakjes onze favoriete cuvée):
Domaine des Vieilles Caves – Domaine Alain Margerand (Vieilles Vignes) – Château du Moulin à Vent (Les Vérillats) – Château Bonnet (Vieilles Vignes) – Château de Durette (Prestige) – Château des jacques (Clos de Rochegrès) – Domaine de Chênepierre (Vignes de 1913) – Domaine de Colette (Le Mont) – Domaine de Forétal (Fût de Chêne) Domaine Didier Desvignes (Terre de Manganèse) – Domaine Merlin (La Rochelle) – Domaine Romanesca (Champ de Cour) – Manoir du Carra (Les Burdelines).

Op passage in de Beaujolais?

Leuke restaurants in de buurt:
• Josephine à Table (brasserie van sterrenresto, Centrum Saint-Amour)
• Brasserie van hotel Le Marritons (Romanèche-Thorins). Dit is ook een degelijk hotel trouwens met zwembad en spa.
• L’Atelier du Cuisinier (centrum Morgon-Villié, onder hotel du Parc)

(foto bovenaan dit artikel ©inter-beaujolais)