Dirk Rodriguez
DIVERS

Belgische wijnpionier dr. Luc Charlier stopt: “Het was hard, maar heb het mij niet beklaagd.”

Op doortocht in het zuiden maakten we een afspraak met Luc Charlier, man van de medische wetenschap die nooit een blad voor de mond neemt en in de Roussillon precies vond wat hij zocht: innerlijke rust en een geruststellende stock aan uitmuntende wijn. Een gesprek.

“In 2018 heb ik niet meer gesnoeid en heb ik mijn wijngaarden te koop verklaard,” zo maakt Luc Charlier ons duidelijk dat hij op een punt beland is dat hij het fysiek niet meer ziet zitten om wijnboer te spelen op zijn domein La Coume Majou. Voor de commerciële kant van de zaak miste hij altijd al de flair. Hij woont ook niet meer op het wijndomein in Corneilla. Nee, dankzij de familie van zijn vrouw Christine konden ze verhuizen naar een mooie modernistische woning aan het meer van Leucate, dichtbij de kust, met gîte voor wie met vakantieplannen zit. Veel comfort en een bijna idyllische omgeving. Enkel de muggen moet je er bij nemen.

“Ik ben officieel met pensioen,” zegt Luc, “Ondanks mijn relatief jeugdige leeftijd (63). Als medicus weet ik perfect wat de gevolgen zijn van de artrose en de diabetes waar ik mee sukkel. Ik heb een tijdje grond gepacht maar ben daarmee nu opgehouden. Ik ben zelfs stilaan gronden aan het verkopen. Maar helemaal gestopt ben ik nog niet. Ik maakt nog wat Macabeu op een halve hectare en ik zal pas over 5 jaar alles kunnen loslaten. Ik zit nog op grote stocks. Ik heb altijd geopteerd voor schroefdop. Mijn wijnen ouderen heel heel traag waardoor ik nu nog mijn rode wijnen van 2007 en 2008 aan het verkopen ben. Die komen nu pas op dronk.” En ten bewijze schuift hij ons een fles of zes voor, waarbij ook recentere jaargangen, om te vergelijken.

“In België zat ik in de knoop met mezelf. Ik ben naar de psycholoog gegaan en zij opperde op een moment: ‘Waarom doe je niets waar je echt door gepassioneerd bent?’ Ik ben aan het denken gegaan en op die manier ben ik wijnbouwer geworden. Let op, ik was niet erg gefortuneerd, geen sprake van moderne machines en mensen die voor mij werkten. Nee, ik ben met mijn handen beginnen wroeten in de grond. Ik werd wijnmaker en in de eerste plaats wijnboer. Ik had geen ervaring en heb fouten gemaakt. Ondermeer commerciële fouten. Zo wilde ik absoluut oude wijngaarden op een bodem van pure leisteen: schistes. Op sommige percelen haalde ik sommige jaren amper een rendement van 7 hectoliter per hectare. Vergeleken met de 100 hectoliter van Champagne of de 45 hectoliter van Bordeaux is dat niets natuurlijk. Mijn grote voorbeeld, Gardiés, haalt een gemiddelde van 20 hectoliter, maar hij zit niet op pure schistes, hij heeft ook gronden die dooraderd zijn met klei, dat levert meer op. Ik kon dan ook niet leven van mijn wijngaard. En dus geen wonder dat mijn kinderen bedanken voor een leven als wijnboer. Het was geen makkelijk bestaan, het was best hard, maar ik heb het me nooit beklaagd.”

“Perfecte druiven oogsten is de kunst. Daarvan wijn maken kan een kind.

“Het is goed, weet je, om als wijnboer veel tussen je wijnranken te staan. Ik heb geleerd dat er maar één zaak belangrijk is in de wijnbouw: de kwaliteit van je druiven, al de rest is overroepen. Een kind kan heerlijke wijn maken, maar perfecte druiven oogsten dát is de kunst. Ik heb in de wijngaard nooit fytosanitaire producten, herbiciden of wat dan ook gebruikt. Enkel 3 gram sulfiet per honderd liter most bij de oogst.”


Het belang van wijnsteenzuur

Bij het proeven van zijn wijnen valt de concentratie op, het hoge alcoholgehalte (gemiddeld 14 à 14,5%) maar ook de frisheid van de wijnen. “Je moet weten dat in deze streek dergelijk alcoholgehalte normaal is,” onderbreekt Charlier onze commentaar, “Wie hier wijnen produceert van 13% onder het mom van ‘natuurwijn’ maakt in feite heel technische wijnen. Wat de frisheid en het evenwicht in mijn wijnen betreft moet je weten dat de meeste wijnmakers bij gebrek aan chemische kennis één ding over het hoofd zien: het belang van wijnsteenzuur. Hoe sterker en geconcentreerder je wijn, hoe meer wijnsteenzuur en hoe meer frisheid en structuur. Dat is een van de geheimen van goede wijn die bestand is tegen de tijd.”

 

De wijnen:

L’Eglise 2008 (gepositioneerd als ‘instapwijn’). 100% inox, Op basis van Grenache, Carignan en Syrah. Zeer evenwichtige, karaktervolle en genereuze roussillon. Beter dan 90% van de hele Midi.

Cuvée Miquelot 2005. Dominant Grenache uit Maury. Schitterende expressie, overtuigend op de tong met een fijne en frisse toets van munt. Topper.

La Coume 2006. Op basis van Carignan en Grenache. Ongefilterd. Exotische hint van vijg en pruimen, iets tanninerijker dan vorige wijn. Over 5 jaar opnieuw te proeven.

Cuvée Majou 2009. Dit is Charlier op zijn best, doet denken aan top-Chianti Classico met krachtige ontwikkeling op de tong en een toets van chocola en bittere amandel in de afdronk.

Maury Grenat 2011 ‘Cuvée Jolo’. Machtig en grootse VDN met eindeloze afdronk.

Cuvée Majou, Vin de France ‘Sans sulphites’ 2015. Laatst gebottelde wijn met glazen Vinolok-sluiting. 90% Grenache met lichte filtering en ongesulfiteerd. ‘Cuvée Majou’. Heel mooie expressiefvan Grenache met toetsen van chocola en nog krokrante tannine – zeker 10 jaar bewaarpotentieel.

 

De wijnen van Luc Charlier zijn beschikbaar bij Le Repaire du Sommelier,
Vlaamse Steenweg 51, 1000 Brussel.
En in tal van gastronomische restaurants zoals Les Eleveurs (Halle) en
Aux Petits Ognions (Jodoigne) waar zijn dochter Virginie Charlier in de zaal staat.