Hoe de Etna Sicilië nieuw leven inblies

In de jaren ‘80 vond Sicilië zichzelf weer uit als wijnnatie en op een dag besefte het een wereldspeler was geworden – vér voorbij Piemonte en Toscane. De laatste jaren kwam daar nog een cruciaal element bij: de Etna werd herontdekt als goudmijn voor de wijncultuur.

De wijnbouw komt van ver in Sicilië. De wijnboeren konden er lange tijd alleen overleven door hun rode wijnen in bulk uit te voeren naar Noord-Italië. Daar moesten ze dienen om bekende wijnen wat meer body te geven. Aan dat gebruik kwam pas in de jaren ’80 een einde. De ‘supertuscans’ hadden de grote producenten van Sicilië op gedachten gebracht: ze waren ervan overtuigd dat Cabernet, Merlot en Syrah ook bij hen mooie resultaten zouden opleveren. Grote producenten zoals Planeta, Tasca en de coöperatieve Settesoli begonnen aan een veroveringstocht op de internationale markten. Met succes. Gelukkig bleef de lokale Nero d’Avola-druif altijd een rol spelen. Men merkte dat hoewel de wijnen in de smaak vielen van de internationale pers, diezelfde pers almaar meer de nadruk legde op autochtone druiven. Een eersteling durfde een fles pure Nero d’Avola bottelen, daarna volgde een 100% Grillo. Dat zijn ook de twee druiven die de gemiddelde wijnliefhebber kent uit Sicilië. Maar wie mee is, heeft intussen ook al een wijn van de Etna geproefd. Daarmee komen weer nieuwe druivenrassen in het vizier: de Nerello mascalese en Nerello cappuccio. En er groeit op de Etna ook een witte druif: de Carricante. Al deze druiven, dat is het punt van dit dossier, zijn een verrijking voor onze wondere wijnwereld.

De meeste wijnliefhebbers kennen Frank Cornelissen, de Belg die op de Etna wijn maakt in amforen. Maar er is ook Philip Roose die exportdirecteur is bij Cantine Nicosia, ook al op de Etna. Hij schreef samen met Joost Houtman het boek ‘Bella Figura.’ Daarin verneem je dat de kleur roze helemaal niet fout is voor mannen in deze contreien. ‘Sprezzatura’ betekent op een nonchalante manier stijlvol zijn. En een vrouw bestaat voor 75% uit haar zonnebril. Italianen en Sicilianen hebben weinig organisatietalent en ze beseffen het. In de hel, zo heet het, is de kok een Engelsman, de technieker een Fransman, de politie Duits en bedrijf je de liefde met een Zwitser(se). En de organisatie, die berust bij Italianen. “Je kan ermee lachen, maar het was wel even schrikken toen ik merkte hoe gelovig de mensen hier nog zijn,” zegt Roose wanneer we hem ontmoeten op kantoor, “Ook al gaan ze nauwelijks nog naar de kerk. Ik steek graag de draak met de serieuze dingen des levens, kerk incluis. Een beetje zwanzen op zijn Belgisch. Dat pakt hier niet. In Catania heb je ’s lands grootste processie. Er druipt dan zoveel vet van de kaarsen dat ze de straten met zand moeten bestrooien om al de druipende was op te vangen.” Sicilianen zijn echter voor alles heel trots op hun eiland.

De eerste golf
Het woord ‘Etna’ viel al enkele keren in dit dossier en dat is geen toeval. In 2004 telde deze vulkanische reus, met zijn 1.190 km2 half zo groot als de Provincie Limburg, amper 10 producenten. Dit jaar telt men er 136. Het kantelpunt kwam toen ‘onze’ Frank Cornelissen en de Noord-Italiaanse wijngoeroe Marco de Grazia wijngaarden kochten. Deze mensen waren ‘visionair’ in menig opzicht. Ze werden aangetrokken door de elegantie, de complexiteit en de innerlijke kracht van de wijn, niettegenstaande zijn lichte kleur. Ze zagen er het equivalent in van een grote Bourgogne. Of zien we dat verkeerd? Frank Cornelissen: “Noem het intuïtie, dat is het wat mij naar de Etna bracht in 2001. Ik had het gevoel dat àlles hier aanwezig was om grote wijn te maken: terroir, traditie, druivenrassen, iets in de omgeving. Ook het feit dat er hier net als in Bourgogne al eeuwenlang lieu-dits of cru’s bestaan, heeft mij gesterkt in mijn overtuiging. Ik ken Marco de Grazia al sinds ik hier ben. We appreciëren elkaar heel erg.”

Ook de hoogteligging speelt. Al vanaf de voet van de Etna bevinden we ons op 600 m boven zeeniveau. De wijngaarden lopen verder op tot bijna 1.000 meter hoog. Daar komt nog de vulkanische ondergrond (met 46 verschillende types lava) en het karakter van de Nerello mascalese bij. De druif dankt haar naam aan het dorpje Mascale dat verwoest werd door een vulkaanuitbarsting. Ze wordt traditioneel geblend wordt met de Nerello cappuccio, maar dat gebeurt slechts met mondjesmaat. De cappuccio voegt body en kleur toe aan de wijn, maar niet iedereen is daar tegenwoordig naar op zoek.

  • Christian Liistro at Terre Nere

Ook al telt men nu heel wat wijndomeinen op de Etna, druk is er het allerminst. Qua puur toeristisch vertier is het op de Kemmelberg allicht drukker dan op de Etna. Christian Liistro, rechterhand van Marco de Grazia, ontvangt ons op Terre Nere met een bos sleutels in de hand. “Ja,” lacht hij, “Elke wijngaard is hier afgesloten met bedrading en een poort. Niet tegen de everzwijnen, maar tegen de andere Sicilianen: men vertrouwt elkaar niet. Ik kom van Catania en ben de zee gewoon. Aan de kust ontvangen we veel mensen en komen we in contact met buitenlanders, wij zijn extrovert. Hier zitten we in de bergen. Het karakter van de mensen is hier vrij gesloten. Bovendien hebben ze de voorbije 50 jaar geen kat gezien, nu pas is hier weer wat leven.” Exact 50 jaar geleden, in 1968, kende de Etna een eruptie aan de noordzijde die in een baan van wel 300 meter breed alles vernielde tot beneden in de vallei. De gevolgen zijn nog altijd zichtbaar. Je kan als wijnbouwer dus maar best je wijngaarden wat spreiden. Terre Nere heeft al uitvalsbasis de wijngaarden van een oude wijnbouwer, Peppino (zaliger), waarmee De Grazia een deal kon sluiten. De meest waardevolle wijngaard is een pre-phylloxera perceel binnen de clos ‘Calderara’. De wijngaard werd aangeplant vóór de jaren 1870. Sommige stokken zijn echter meer dan 200 jaar oud. Met nog meer trots ontgrendelt Liistro een hoger gelegen perceel dat ‘Guardiola’ heet. “Dit is in feite een Grand Cru,” zegt hij, “De oude wijnbouwers hebben altijd geweten dat de beste wijnen hier vandaan kwamen.”

De tweede golf
Alta Mora is een nieuw Estate dat in 2013 drie wijngaarden kocht op de noordflank. Het bouwde een State-of-the-art kelder in Verzella, verticaal uitgehouwen uit de vulkanische rots. Het is een initiatief van Cusumano, dat we later ook nog in Partinico zullen aantreffen. “Je kan beweren dat Cusumano relatief lang wachtte om hier te investeren,” zegt de semi-gepensioneerde Silvio Mobili, decennialang de rechterhand van Diego Cusumano, “Maar daar gingen jaren van research aan vooraf. We wilden goede terroirs.” Dat werpt het licht op wat in Sicilië contrada’s worden genoemd, in feite cru-wijngaarden, zoals ook Frank Cornelissen al aangaf. Bij die contrada’s vinden we op de Etna sectoren zoals ‘Solicchiata’, ‘Pietramarina’ en de reeds genoemde ‘Guardiola’. Die laatste wijngaard is volgens Mobili zonder meer te beschouwen als een van de allerbeste, waarmee hij de stelling van Liistro onderschrijft. Zowel bij Alta Mora als bij Terre Nere vinden we het Alberello-systeem terug. Waarom geen guyot-systeem met kabels? Daar zijn meerdere redenen voor volgens Mobili, op die manier is men in staat meer stokken te planten op de terrassen en de wind kan de bladeren op beter droogblazen na een regenbui. Natuurlijk heeft het systeem ook een keerzijde: alle werk dient met de hand verricht, voor de tractor is er geen plaats.

  • Guardiola "cru" vineyard, alberello-system

Een ander aspect van de wijnbouw op de Etna krijgen we bij Tascante te horen. Tascante is een investering van de reeds genoemd familie Tasca d’Almerita. Ze produceert hier wijn sinds 2009, maar verkoopt voorlopig de meeste wijnen onder de noemer ‘Sicilia DOC’. Reden: voor de Etna DOC moet je ook op de Etna bottelen en de werkruimten zijn nog in aanbouw. De familie kocht belangrijke, historische wijngaarden op de Etna maar die troffen ze aan in erbarmelijke staat. De terrassen dienden steen per steen heraangelegd. Een van de mooiste percelen is alvast Piano Dario. Een wijngaard die zich uitstrekt als een amfitheater. Het bovenste gedeelte doet denken aan een nederzetting van de Azteken, incluis met een toren die opgebouwd werd met grijze Etna-stenen waaruit ook de terrassen bestaan. Wanneer een wijngaard verwaarloosd wordt, raakt hij snel overwoekerd door struiken die de wijnstokken verstikken. Onweders en zware regenval breken breken de terrassen af die de mens had opgebouwd, en onweders heb je hier vaak. Anders dan bij ons krijgt het oosten de meeste regens, terwijl het westen erg droog is. De hoogteligging en de regens maken dat de Etna ook interessant is voor witte wijn, zeker wanneer die gemaakt is van de Carricante-druif die zich thuisvoelt op vulkanisch gesteente. Wijnmaker Stefano Masciarelli van Tascante zegt dat Carricante een meditatieve wijn oplevert die je best 5 jaar laat liggen.

Nog een kwaliteitsfactor van de Etna is dat de wijngaarden geen zeeën van monocultuur vormen. Nee, ze liggen geïsoleerd tussen bosjes muscaatbomen, olijfbomen, vijgenbomen en ginestra, dat is een soort van bezemkruid met heel sterke wortels dat het vulkanisch gesteente met engelengeduld verpulvert.

5 generaties op de Etna
Nog laat de Etna ons niet los, want tot dusver zagen we enkel de noordkant, maar er is ook de zuidkant, die wijnen met een lichtjes verschillende karakter produceert. Ze zijn wat ronder en hebben meer vlees rond de botten. Hier investeerde de beroemde Barbaresco-producent Gaja, maar hij moet zijn eerste rode wijn nog bottelen. Interessant is dat we hier ook een van de oudste traditionele producenten vinden: Cantine Nicosia, met Philip Roose aan het roer van de exportafdeling.

“Als men de wijnen van de noordflank vergelijkt met Bourgogne of Barolo, dan kan je de wijnen van de zuidflank het best vergelijken met Barbera: een fruitiger, zonniger wijn die ook sneller op dronk is,” stelt Roose terwijl hij ons rondleidt in de wijngaard Monte Gorna, met zicht op de zee en de stad Catania. Bij Nicosia horen we een heel ander verhaal dan bij de nieuwkomers, want dit grote familiedomein is al aan de vijfde generatie toe. Het domein groeide gestaag doordat het zijn eigen netwerk van bars ontwikkelde. Vroeger ging men met muilezel en kar deze bars bevoorraden met wijn van de Etna. “Dit liep geweldig, want er was ook al midden de 19de eeuw een soort van ‘wijnenthousiasme’ rond de Etna,” weet Roose. “Tot rond 1890 de phylloxera-crisis uitbrak en alles te herbeginnen was.” Bij Nicosia worden verrassende mousserende wijnen gemaakt op basis van Carricante en Nerello mascalese. Maar de (biologische) topwijnen met hun nobele zuren doen denken aan Toscaanse wijn. “Dat is niet zo verwonderlijk,” pikt Roose in, “Er wordt soms beweerd dat de Nerello een kruising is van Sangiovese en Pinot noir.”

Hij verheugt zich in de wereldwijde belangstelling voor de wijnen van de Etna. “Ik ben blij dat de Sicilianen opnieuw de natuurlijke rijkdom van hun land ontdekken. De artisanale landbouw komt terug met de teelt van kappertjes, koffiebonen, citrusvruchten, vijgen en cactusvijgen. Die rijkdom van smaken is uniek.”

Hoog tijd dus om de wijnen van de Etna te ontdekken.

(dr)


Dossier verwezenlijkt met de hulp van ICE – Afdeling ter Bevordering van de Handelsbetrekkingen van de Ambassade van Italië, Kantoor Brussel

info: www.ice.gov.it – www.italtrade.com

  • Philip Roose at Monte Gorna