M. Vanel – D. Rodriguez
Diverse
Komt de beste Champagne uit de Côte des Blancs?
Voor topchampagne heb je topchardonnay nodig, heet het. En die vind je in de Côte des Blancs. Maar is daarmeee echt alles gezegd?

De Champagne is de enige Europese wijnregio die slechts één AOP telt, namelijk Champagne zelf. Het is ook de duurste AOP: geen enkele vertegenwoordigt zoveel marktwaarde op zo’n kleine oppervlakte, slechts 0,4% van de wereldwijngaard. Champagne kost gemiddeld liefst 3,6 keer zoveel als andere schuimwijn. In 2017 werden 307 miljoen flessen gebotteld en dat leverde 4,9 miljard euro op. De helft daarvan wordt geëxporteerd en België is exportbestemming nr 5 op de wereldranking. Zonder de directe verkoop aan de kelderdeur, dat moeten we er natuurlijk altijd bij vertellen.

Gelet op de frisheid van de streek, zou men kunnen denken dat we er voornamelijk witte druiven, dus Chardonnay aantreffen. Maar dat blijkt dus een mythe. In feite zijn de blauwe druiven in de meerderheid: 38% van de aanplant is Pinot noir, 31% Pinot meunier en 31% Chardonnay. De andere toegestane druivenrassen beslaan samen minder dan 1%. Blauwe druiven nemen dus 69% van de oppervlakte in beslag.


Premier en Grand Cru

Het hart van de Côte des Blancs loopt van Epernay tot Vertus. Wie op zoek is naar de beste wijngaarden komt voortdurend dezelfde dorpen tegen: Chouilly, Cramant, Avize, Oger en Le Mesnil-sur-Oger. Die wijndorpen behoren tot de hoogste klasse, Grand Cru. Cuis en Vertus zijn Premier Cru. Een echt kwaliteitsverschil is er nooit geweest, de historische klassering hing af van de afstand van het dorp tot de stad Epernay. Hoe dichterbij, hoe frisser de druiven bij de wijnmakelaars toekwamen. Helaas krijgen de wijnboeren (récoltants) van Cuis en Vertus nog steeds 10% minder uitbetaald voor hun druiven.
Alle grote huizen van de champagne zijn vertegenwoordigd in de Côte des Blancs omdat ze de beste chardonnay’s zoeken voor hun ‘blanc de blancs’, millésimé’s en andere topcuvée’s. Voorbeelden genoeg van dergelijke topcuvées: Cristal van Roederer, La Grande Année van Bollinger, Amour van Deutz, Clos du Mesnil van Krug of de beroemde “S” van Salon.

Eén druivenras, één ondergrond (gedomineerd door krijt). Hoe slagen de wijnmakers van de Côte des Blancs erin om zich te onderscheiden van hun naaste buren? We tronen u mee langs een kleine ontdekkingstocht en een korte stoet van dorpen.

  • Didier Gimonnet

A Cuis

In Cuis, ten zuidoosten van Epernay, ontmoeten we Didier Gimonnet, die nu samen met zijn broer Olivier het ouderlijk huis runt: Champagne Pierre Gimonnet & Fils. Ze bezitten 28 hectare wijnvelden waarvan 14 ha te Cuis en 11 ha te Cramant en Chouilly. Daarnaast houden ze ook melkkoeien. Meaux (Brie) is niet veraf…
« Cuis,” legt hij uit, “heeft de zuurste ondergrond van de Côte des Blancs. Je kan dat negatief zien, maar wij geven er een positieve draai aan: zuur kan je omzetten in ‘fraîcheur’. De mode is tegenwoordig om cuvée’s te maken per perceel. Ik doe daar niet aan mee. Champagne blijft voor mij de kunst van het blenden: verschillende terroirs en verschillende jaren. Voor onze Brut sans année (BSA) gebruiken we enkel druiven van Premier cru-wijngaarden en zoeken we een lichte wijn te maken. Voor onze topcuvée’s gaan we noordelijker terroirs opzoeken met een toets van ‘Cuis’ voor de frisheid. Topcuvée’s van je beste wijnen maken is kinderspel. Maar een goede BSA maken waarvan je duizenden flessen moet verkopen dat is delicaat. Dat is een zoektocht naar het perfecte evenwicht. Die balans is voor mij belangrijker dan de intensiteit van de wijn.”
Een kwaliteitsfactor bij Champagne is altijd het gehalte aan (oudere) reservewijn. In het geval van Gimonnet is dat 30 tot 50%. Normaal worden deze reserves versneden met de nieuwe wijn en gaan dan voor de ‘prise de mousse’ op fles gedurende minstens een jaar. Ze rusten dan ‘sur lies’, t is te zeggen: op de dode gistcellen. Het vreemde is dat deze wijnbouwer zijn nieuwe wijn eerst apart op flessen laat ouderen, dan weer in kuipen overgiet om ze dan pas te versnijden met de andere jaren. Een erg arbeidsintensieve en waterverslindende manier van werken. Wat er ook van zij: de champagnes zijn het ontdekken waard. Vooral de Grand Cru’s van Cramant, Chouilly en Oger zijn knap, hoezeer ze ook indruisen tegen de assemblagefilosofie van het huis.
Interessant is dat Gimonnet ook een Cuvée Gastronome millésimée produceert, zogenaamd speciaal voor restaurants, hoewel hij ook in trek is bij champagneliefhebbers. Om de zuren te dempen wordt er minder liqueur de tirage gebruikt wat resulteert in minder druk (en bubbels) en een romiger mondgevoel. Niet verdeeld in België, wel aan huis verkocht aan Belgen.

  • Jean-Emmanuel Bonnaire

Cramant

Amper 4 kilometer verder vinden we het dorpje Cramant en zijn 360 hectare. De wijnen hebben de naam een goede smaakdiepte te hebben. Jean-Emmanuel Bonnaire en zijn broer Jean-Etienne hebben het over 4 verschillende terroirs naargelang de oriëntatie: zon en nabijheid van bossen spelen een rol. “In Cramant,” zegt Jean-Emmanuel, “Is de mineraliteit de dominante factor. De wijnen zijn minder krachtig dan die van Avize, maar daar staat meer aroma en faîcheur tegenover.”
Het huis Bonnaire heeft zich 4 jaar geleden geëngageerd voor duurzame wijnbouw en hoopt over nog eens 6 jaar het bio-certificaat in de wacht te slepen. “Het probleem is dat onze 25 hectare moeilijk in één keer omgeturnd kunnen worden naar bio,” heet het bij de broers. Toen ze de zaak van hun ouders overnamen investeerden ze in kleine kuipen en vaten om perceelwijnen te kunnen produceren. Meestal rijpen de wijnen zowel in inox, op hout als op fles. Zo krijgt men complexere wijnen met een lichte oxidatieve toets.
Het gamma bestaat uit een BSA Grand Cru (erg zuiver), een Extra brut, een cuvée Prestige, een Millésimé (mooie rondeur) en een reeks topcuvée’s (Ver Sacrum en Variance zijn de opmerkelijkste).
Een deel van het gamma is beschikbaar bij Dulst in België (Blanden-Leuven).

Bij de coöperatieve

Zoals het vaak gaat, slorpen coöperatieven elkaar op in de Franse wijnbouw. Zo nam de Coöperatieve van Cramant dit jaar die van Cuis over. De coöperatieven spelen een centrale rol in Champagne. Om te beginnen leveren ze wijnen aan de grote merken en daarnaast leveren ze ook nog eens een deel aan de overkoepelende Union Champagne, die zelf het merk Saint-Gall op de markt brengt. In de derde plaats maken ze private-label champagnes voor de supermarkten en ten vierde zetten ze ook nog hun eigen merk in de markt. In dit geval is dat Saintgybrien. De Réserve Brut, de Sélection 2012 en de Extra Brut zijn meer dan correcte champagnes die bovendien aan een interessante prijs/kwaliteit in de markt worden gezet. Deze champagnes zijn evenwel niet beschikbaar in België.

  • Olivier Bonville

Avize

Alle groten tekenen present in Avize: Perrier-Jouet, Louis Roederer en Veuve Clicquot Ponsardin, om deze maar te noemen. Maar ook niche-producenten zoals Selosse, Agrapart, Waris-Larmandier en De Sousa & Fils hebben hier hun hub. Het is dochter Charlotte die ons ontvangt en de vraag die we haar stellen is of ze zich kan vinden in de ‘& Fils’. “Nee, daar komt verandering in,” beaamt ze, “Ik heb nog een zus en een broer en we zullen allemaal meedraaien in de zaak, dus die naam klopt niet meer.” ‘Fils’ slaat op haar vader en diens vader was van Portugese origine. Vandaar de naam. Pas in 1950 begon De Sousa zelf te bottelen. “Maar het feit dat het huis ‘van recente datum is’ heeft ook voordelen: we denken eigentijdser. Mijn vader is oenologie gaan studeren, in het lycée te Avize. Dat betekent dat we meteen mee waren met de nieuwe technieken. Hij hield van Bourgogne-wijnen. Hij koos dus voor rijping op vat met malolactische gisting. Aperitiefwijnen maken is niet ons doel, we mikken op de gastronomie. We houden van levende wijnen. We houden de natuurlijke processen niet tegen door filtering of sulfiet,” aldus nog Charlotte, “In 2007 zijn we organisch beginnen werken. In 2010 hadden we ons biocertificaat te pakken en in 2013 volgde het Demeter-label voor biodynamische wijnbouw.”

“De mentaliteit is wat veranderd tegenover bio. Eerst waren we halve gekken alias pioniers, samen met Fleury in de Côte des Bars. Nu pas begint men zich vragen te stellen, want overal vragen klanten erom. En dat is nu ook het geval met terroirchampagne.” Bij de Sousa spelen ze daarop in met een hele reeks cuvées. “Je proeft de verschillen,” zegt Charlotte, “Mesnil is de meest minerale, Oger is de meest ronde omdat hij in een amfitheater ligt, Cramant is erg elegant én mineraal en Avize is krachtig, genereus maar ook evenwichtig.” Als we er één wijn moeten uitpikken, kiezen we de Cuvée des Caudalies, Blanc de Blancs Extra Brut. Een romige en complete champagne die bijna elk jaar van dezelfde percelen komt en dan wordt opgevoed volgens het solera-systeem.
In België vindt u de champagnes van De Sousa bij Wine & Dreams, Benevin, Godaert & Van Beneden en bij Comptoir des Vins.

Het huis zonder naam
Op welk ogenblik wordt een wijn een icoon? Op het ogenblik dat de vraag veel groter is dan het aanbod en dat de producent weigert om meer te gaan produceren. Niet uit onwil, maar omdat hij niet gelooft dat hij eenzelfde kwaliteit kan garanderen wanneer hij moet beginnen werken met nieuwe percelen, jongere wijnstokken en nieuwe wijnkelders. Bij Fallet-Prévostat hangt er nergens aan de gevel een bordje met de merknaam. Op de bel staat ook geen naam. Alleen het A4-tje ‘Seulement sur rendez-vous’, verraadt dat hier champagne wordt geproduceerd. Over de wijnkelders van Fallet-Prévostat kunnen we een boek schrijven. Ze zien er niet uit. Er ligt overal materieel gestapeld en de stille wijn rust er in 60 jaar oude Elzasser foeders die elk moment de geest lijken te gaan geven, maar dat doen ze niet, want ze zijn een deel van het geheim van dit huis en zijn champagne. Ze bevatten altijd wijnen van 2 verschillende foeders. Een nieuwe cuvée bestaat altijd uit 1/3 van een foeder met oudere millésimes (reservewijnen dus) en 2/3 van het jongste millésime. De jongste wijn heeft dan 1 jaar op foeders gerijpt, de oudste minstens 2 jaar. Nadien hergist de wijn op fles en blijft hij gedurende 7 tot 8 lange jaren op de lies rusten. De wijngaarden (totaal 4,5 ha) bevinden zich in Avize, Cramant en Oger. Michel Fallet en Marie-Claire Prévostat (die ons ontvangt) huwden in 1957. Ze hadden enkele percelen, maar niet genoeg om zelf te bottelen. Michel werkte in het begin ook als wijngaardenier voor een kinderloos koppel dat zijn wijngaarden verkocht toen het met pensioen ging. Op die manier hadden ze meer dan 4 hectare en loonde het de moeite om zelf te bottelen.

De wijnen zijn 100% malolactisch gegist en er is slechts één cuvée, maar die wordt wel gedegorgeerd met drie verschillende doseringen: Zero dosage, Extra Brut en Brut. En zelfs de brut heeft nog altijd maar 6 gram suiker. De wijnen zijn zijdeachtig en bijna zalvend van textuur. De bubbels zijn als het ware gepolijst en ontdaan van elk agressief kantje. Als u ons laat kiezen gaan we voor de Extra Brut met 4 gram.

Fallet-Prévostat wordt in België verdeeld door Terrovin (Wouter De Bakker) .

Oger en Mesnil-sur-Oger

Met zijn 434 hectare en 75 lieux-dits (!) is Le Mesnil de ongekroonde koning van de Côte des Blancs. In de bodem van deze Grand Cru vinden we behalve kalk ook calciumcarbonaat. Densiteit en lichtheid zijn de twee tegengestelden die we paradoxaal genoeg in de champagnes van Le Mesnil aantreffen. Bij Pierre Moncuit leiden Nicole Montcuit Delos, haar broer Yves en zijn dochter Valérie tegenwoordig het huis. «Nadat we de champagne lang op een klassieke manier benaderden, zijn we nu teruggekeerd naar de aarde. Het werk in de wijngaard staat weer op het voorplan, daarom ook dat we ons ingeschreven hebben in een duurzaamheidsprogramma,” legt Nicole uit. Onze 15 ha wijngaarden zijn allemaal Grand Cru en 10 hectare hiervan zijn ouder dan 50 jaar. Bij ons blenden we geen verschillende jaren, ons champagnes zijn dus in feite altijd millésimé. We maken wel meerdere cuvée’s, afhankelijk van de resultaten perceel per perceel en elk perceel wordt apart gevinifieerd. In februari proeven we dan de stille wijnen (vins clairs) en beslissen we wat we gaan doen. Wij beschouwen de wijnen van Mesnil-sur-Oger als levendig, verticaal en frank. Het is dus een kwestie van voldoende rondeur te creëren om een mooi evenwicht te bekomen.”
Millésimés zeiden we en die rijpen allemaal 5 à 10 jaar sur lies voor de dégorgement. Elk type wijn heeft een vaste dosage: 7-8 g voor de Brut, 6 g voor de millésimé, 0 à 3 g voor de Extra Brut, afhankelijk van het oogstjaar. Het gamma vindt een gretige afname in ons land (o.m. Zur Post te Verviers, Aux Coteaux te Vinalmont…). Onze stip kwam terecht naast de Grand Cru Blanc de Blancs Extra Brut en de 2010 Extra Brut. Authenticiteit gaat hier samen met finesse.

De paradox van Vertus
Domaine Veuve Fourny & Fils te Vertus beweert, volgens haar eigen slogan ‘Une Famille. Un Clos. Un Premier Cru’ te zijn. Dat middelste woord intrigeert natuurlijk. Lange tijd waren ze wijnleverancier bij Charles Heidsieck. Rond 1960 begon de familie zelf champagne te bottelen. De naam ‘Veuve’ ontstond toen Monique Fourny-Van Landeghem (van Vlaamse afkomst) haar man verloor en er op 36-jarige leeftijd alleen voorstond met twee kinderen: Emmanuel en Charles. In 1992 beslist Charles de zaak verder te zetten. Emmanuel zal hem twee jaar later vervoegen.
Daarbij gaan ze ook een clos bewerken die tegen hun huis aanleunt en ooit het wijngaardje was van de abdij van Vertus, 0,29 ha groot. “Behalve die clos hebben we nog 69 andere percelen, samen goed voor 25 ha. Niet alles is onze eigendom, 15 hectare hebben we onder contract. De percelen zijn verdeeld over drie sectoren. Vertus is een beetje de paradox in het geheel,” verrast Emmanuel, “Het is de gemeente waar je ook flink wat Pinot noir vindt omdat het er warm is. Vertus ligt grotendeels zuidelijk georiënteerd en als je daar dan ook nog eens wijngaarden op het zuiden hebt… In totaal is zowat 20% van Vertus Pinot noir.” De wijnen worden deels op foeders gevinifieerd en deels op inox. Daarnaast hebben we nog eens 200 pièces (Bourgognevaten van 228 l). Gedurende het hele vinfiicatieproces worden de wijnen niet gesulfiteerd. Het bedrijf heeft een duurzaamheidscertificaat maar gebruikt geen kopersulfaat zoals de bioboeren. «We houden niet van koper omdat het in de grond doorsijpelt. We behelpen ons met fosfonaten die direct op de bladeren worden aangebracht.”
Bij de degustatie openen we met een verbluffende Brut Nature die ondanks de afwezigheid van suiker meteen charmeert door raffinement. De Extra Brut 2012 is romig en zacht. Maar echt superieur is de Clos Faubourg Notre Dame 2007 Extra Brut afkomstig van een puur krijtterroir.
In België worden de champagnes van Veuve Fourny & Fils verdeeld door Bernard Poulet (Brussel).

Breton & Fils in Congy

Op de weg van de Côte des Blancs naar de Côte de Suzanne vinden we het dorpje Congy in de Val du Petit Morin, een van de weinige plaatsen waar er geen coöperatieve is. “Mijn vader heeft nooit in zijn leven één kilo druiven verkocht,” poneert Reynald Breton die het huis Breton leidt nadat hij zijn zus en zijn broer uitkocht. Met zijn 17 hectare (verspreid over 10 gemeenten, waaronder een deel grand cru wijngaarden) is Breton zeker geen kleine producent. Hij behaalde het certificaat van Haute Valeur Environnemental voor duurzame wijnbouw. In de Val du Petit Morin is de Chardonnay nog steeds belangrijk, maar ze moet die aandacht hier delen met de Pinot meunier en in mindere mate met de Pinot noir. De champagne heeft hier dan ook een wat fruitiger stijl, wat nog niet betekent dat de wijnen minder fijn of geraffineerd zouden zijn. Ieder zijn champagnestijl, en de vraag is welke bij u past. Aan de passage van klanten aan deur te zien maakt Breton een stijl die de Belgen geweldig goed ligt. En dat is al 25 jaar zo. Breton produceert sedert enkele jaren ook een luxemerk dat exclusief in Zwitserland wordt verdeeld: De Roval.

Als we er één cuvée moeten uitpikken dan graag de Grande Réserve Blanc de Blancs. Een wijn die vrijwel volledig op één oogstjaar berust. Voor de fles die nu op markt is, is dat Chardonnay uit het oogstjaar de 2012. De wijnen van Breton vindt u ondermeer bij wijnhandel Jolie.

A suivre… ICI.