Pedro Ballesteros MW
Diverse
De Cariñena van Cariñena (2/2) of de parabel van de verloren zoon
Het druivenras Cariñena dat Carignan wordt genoemd in Frankrijk en Chili is een van de minst bekende internationale druivenrassen. Toch kent de druif een snel stijgend succes in heel wat wijnproducerende landen.

Men vermoedt dat de Cariñena afkomstig is uit de buurt van de gelijknamige stad Cariñena in Aragon. Als je dan als wijnliefhebber in die regio toeft, verwacht je heel wat Carignan aan te treffen, maar dat valt tegen. “Geen sant in eigen land” noemt men dat bij ons. We vinden er wel, maar dat is slechts een kleine minderheid van 700 ha, slechts 5% van de beplante oppervlakte in de appellatie. Op de koop toe noemt men de druif in Cariñena niet Cariñena, maar “Mazuelo”. In Chili, Frankrijk en zelfs in Italië heeft de druif meer succes.

De Cariñena lijdt aan het “Dr Jekill-Mr Hyde” syndroom, maar dan met een Latijns sausje erover. Langs de Jekill-zijde kunnen we stellen dat dit druivenras in staat is om verrukkelijke wijnen voort te brengen op voorwaarde dat het klimaat aan de warme en droge kant is, de stokken oud zijn en de grond goed gedraineerd. Maar aan de Hyde-zijde merken we dat jonge Cariñena op vruchtbare, waterrijke grond monsterlijk hoge rendementen haalt, veel kleur en tannine geeft maar weinig charme, diepte of elegantie. Gelukkig is men de laatste jaren beter gaan inzien hoe men mooie resultaten kan behalen met de druif en hoe ze finesse en structuur verleent aan zuiderse wijnen.

Veel wijnbouwers hebben echter een hekel aan de druif omdat het een laatbloeier is en ook pas laat kan geoogst worden. Carignan vinden we in het zuiden van de Languedoc en in de Roussillon, maar niet in de noorden van de Languedoc (Minervois of Terrasses du Larzac). Natte lentemaanden zijn nefast voor de druif, herfststormen evenzeer. Ze is zeer gevoelig voor meeldauw en andere schimmelziekten. Ideale zones zijn het westen van het Middellandse zeebekken, in de gematigde zones van Chili en California en verder in de Kaap en Australië.

De vigoureuze bloeikracht van de Cariñena mildert pas met het ouder worden van de stokken. Wanneer ouderdom gepaard gaat met mooie droge zomers levert de Cariñena echter unieke wijnen op met een diep, complex en kruidig smaakpalet én bewaarpotentieel. De wijn kan dan perfect op zichzelf staan als cépagewijn of in blends met Garnacha.

Blends van Garnacha en Cariñena vormen de basis van het succes van de wijnen van Priorat. Waarom zouden ze dat ook niet kunnen zijn in de regio Cariñena ? Want de Cariñena-druif tilt het fruitkarakter en de structuur van de Garnacha op een hoger niveau. Niet toevallig dat wijnbouwers uit Priorat almaar meer op zoek gaan naar Cariñena-klonen uit de regio… Cariñena.

Twee zuiderse wijnregio’s, met name Corbières-Boutenac (Languedoc) in Carignano del Sulcis in Sardinië hebben de Carignan/Carignano uitgeroepen tot basisdruif met een opmerkelijk commercieel succes als gevolg. Hun voorbeeld zet er steeds meer wijnbouwers toe aan om de velden met oude Carignan-stokken te vrijwaren van de rooi en opnieuw te restaureren. Dat beeld zien we overal in de (zuiderse) Languedoc : steeds meer producenten maken cuvées op basis van ‘Carignan vieilles vignes’. In Chili werd de vereniging VIGNO opgericht, die de belangrijkste producenten uit de Maule Vallei groepeert. Ook hier gaat het om ‘Old Vine’ Carignan. In Israël is men zich ook snel bewust geworden van de waarde van wijngaarden met oude Carignan-stokken. Andere hotspots voor Carignan zijn California en Libanon. In Spanje vinden we ze behalve in de genoemde regio’s ook in Montsant, Terra Alta, Empordà, Calatayud en Rioja – soms onder de naam Samsò.

Dat de Cariñena in zijn bakermat Cariñena miskend werd heeft onder meer te maken met het feit dat de markt lange tijd echt niet zat te wachten op wijnen uit deze streek. Dankzij de inzet van de coöperatieven heeft deze streek zichzelf weer op de kaart gezet met aangename, fruitige doordrinkwijnen. Daarbij werd vooral ingezet op de Garnacha die zich erg thuisvoelt in het continentale terroir. Maar nu de Cariñena weer de aandacht trekt van wijnliefhebbers, beseffen de beste producenten welke gouden kans ze in hun handen hebben.

En dus wordt er weer volop geëxperimenteerd met Carignan in Cariñena. Fruitig of gesloten, gestructureerd of licht, soepel of krachtig, veel of weinig hout. Sommige experimenten zijn succesvol, andere minder. Maar er is één constante : wie de Cariñena-druif serieus neemt moet haar tijd geven om te rijpen, zodat de krachtige tannine verweven raakt in de structuur en het palet van de wijn. En dan blijkt hoeveel frisheid deze druif in zich draagt. Op zijn best is het grote wijn met een enorme structuur die meer op de mooie tafels thuishoort dan op een toog en die vooral geapprecieerd wordt door wijnliefhebbers met enige ervaring.

Ik verwacht eerlijk gezegd ook dat we over een klein decennium schitterende blends gaan tegenkomen van oude Garnacha en oude Cariñena. Maar op dit ogenblik blijven deze wijnen nog iets te zeldzaam. Normaal: heel wat Cariñena is recent weer aangeplant en nog iets te jong om echte kwaliteitsdruiven op te leveren.

Het goede nieuws is intussen dat de Cariñena van Cariñena weer helemaal thuis is, zoals de verloren zoon. En binnenkort, daar ben ik van overtuigd, mogen we weer zeer grote wijnen uit Cariñena verwachten. Misschien zullen de keldermeesters dan eindelijk ophouden met hem Mazuelo te noemen?

> Lees HIER het eerste deel